2020
Zwarte gaten zijn lang niet zo eng als ze lijken - ze zijn anders dan donkere stegen, die door het onverwachte en ongeziene, angst aanjagen. Wat we inmiddels allemaal wel niet weten over zwarte gaten - het is onvoorstelbaar. Levin neemt je mee in de laatste stand van zaken. Er blijft nog voldoende te onderzoeken over. Gelukkig maar. Dan kunnen we over een jaar of zes weer een nieuw boek tegemoet zien.
Fascinerend verhaal, dat helaas geen enkel zicht biedt op hoe we ons uit de inhumane strijd tussen drones en terroristen kunnen ontworstelen. “Zij zijn slecht. Wij doen slecht.” Dat is ongeveer het stramien.
Een correctie op het oude imago van ABN AMRO. En een inkijkje in hoe de overheid niet alleen via wetten en regels regeert, maar ook via participaties.
Willen we onze ‘makers’ nog betalen? Of is degene die distribueert de grootverdiener? Een pleidooi voor het opbreken van de macht van de grote technologiebedrijven.
Toen Ian Sample begon met het schrijven was het nog steeds niet zeker of het Higgs-deeltje zou bestaan/gevonden zou worden in een van de twee grote deeltjesversnellers. En toen het boek gepubliceerd werd, was het nog steeds niet gevonden. Dat laatste had ik even niet verwacht. Want inmiddels weten we dat het door CERN gevonden is. Maar daar zul je een ander boek voor moeten lezen.
Lees ik alleen maar goede boeken? Soms heb ik wel dat gevoel. Wat een prachtige making of van een groot biografe, Deidre Bair, die nauwelijks een idee had waaraan ze begon toen ze Samuel Beckett toestemming vroeg om zijn wetenschappelijke biografie te schrijven. Dat waren de jaren 70. En de jaren 80 gingen zo ongeveer voorbij met de biografie van Simone de Beauvoir. En ondertussen lees je ook het verhaal van het praktisch feminisme van een vrouw die alle ballen in de lucht moet houden, terwijl men haar verwijt dat ze de baan van een kostwinner in beslag neemt.
Eerste keer in 2020 en toen nogmaals in 2023 gelezen - de verrukkelijke gekte en monterheid in 65 korte hoofdstukken. Hilarisch, grappig, en tegelijkertijd serieus melancholisch. Net als bij Nicolien Mizee wordt hier een strijd gevoerd met de moeder en is er een liefdevollere verstandhouding met pappa. Hier is echter, anders dan bij de faxen van Mizee aan Ger, geen behoefte om jezelf te verklaren en uit te leggen. Bij Mutsaers heb ik altijd het gevoel dat de absurditeit er gewoon mag zijn. Zo heerlijk jaren 70/80 van de 20ste eeuw.
Wat een mooi boek van deze magistrale Poolse schrijver. Mijmerend als Javier Marias, maar dan in Polen, en met meer humor. De hoofdpersoon, ooit met de kortstondige ambitie kunstschilder te worden, reist door Polen met zijn adresboek waarin hij alle adressen uit zijn leven verzamelt. Het is een bont allegaartje van zakelijke visitekaartjes, adressen die de postbode en zijn moeder hem ooit hebben gedoneerd en van kennissen. Bij weinig namen heeft hij een herinnering, terwijl hij, zo lijkt het althans, door de jaren heen continu de adressen doorleest. Het is een man zonder eigenschappen, bij elkaar gehouden door het succes van zijn zaken en de brieven van zijn eerste en enige liefde, Maria. Zij schrijft hem keer op keer, en hij antwoordt nooit. Het is zo vreselijk mooi melancholisch, met daarbij de nodige humor.
Werkelijk geweldige (dikke) pil, ook bij herlezing. Over het studentenleven rond de jaren 50, maar zo veel nog herkenbaar voor wie decennia later is gaan studeren. Rake psychologische portretten van alle figuren, die lang niet altijd sympathiek zijn en die een plek in de maatschappij moeten vinden. De ‘anderen’ zijn schoften, het kleine en eigene is ‘mieters’ en men rookt als een ketter. Wat me vooral is bijgebleven: Paul is de man die continu een verhaal maakt van zijn ervaringen en gevoelens. En als het verhaal niet meer rijmt met zijn beleving, dan kan hij met evenveel overtuiging een nieuw verhaal van zijn verleden en toekomst maken. Daartegenover staat Maarten. Hij kent maar 1 verhaal, en probeert met strategieën de verhaallijn niet kwijt te raken. Twee wereldbeelden, die elkaar toch respecteren en waarderen. Omdat ze beiden volstrekt eerlijk proberen te zijn. Als lezer kun je daar regelmatig je vraagtekens bij zetten. Hetgeen voor het boek spreekt - het probeert eerlijk te zijn zonder dat het ‘af’ is.
Een jonge prostituee met borderline en oudere depressieve hoogleraar in ruste houden elkaar in een wurggreep. Pijnlijke situatieschets van met name het domein van borderliners.
Is continu veranderen werkelijk de grootste prestatie van een mensenleven? Veronesi stelt zijn vraagtekens in deze heerlijke vertelling. Eigenlijk wil Marco stilstand, niet zoals Oscar in Günter Grass’ Blechtrommel uit verzet, eerder uit een gevoel van veiligheid. Maar de verandering is er steeds weer, in grote, verschrikkelijke schokgolven. De kracht van ‘De kolibrie’ zit in de rust die Marco’s poging tot stilstand steeds weer brengt. Een rust die een mens het vermogen geeft verder te leven. Je komt een berg niet af door steeds harder te hollen - dan struikel je. Het is niet erg om te vertragen, al kost je dat minstens zoveel energie. Eerdere pogingen iets van Sandro Veronise te lezen, strandden steeds. De springerige structuur van ‘De kolibrie’ en het overduidelijke vertelplezier maakten van deze roman een page turner.
Tussen het leven van de meesten en de psychiatrische instelling staat een oude fabriek op de Faeröer eilanden. Hier komt Matthias bij toeval terecht. Je zou kunnen zeggen dat het leven zonder ambitie zijn ambitie is. Dat maakt het niet makkelijk. Maar wel zo menselijk. Leven zonder gezien te worden - wat is daar zo erg aan? Toch is het fijn om ook dan niet helemaal alleen te zijn. Een geweldige voorloper op het nog overweldigender Max, Mischa en het Tet-offensief.
De beginjaren van de Olympische Spelen vallen samen met de opkomst van Japan op het wereldtoneel. Dus of Kanakuri Japan wil vertegenwoordigen op de marathon? Dan gaat er iets fout en is er grote schaamte. Jaren later treffen we Kanakuri bij de kersenbomen. Mooi verhaal, maar het echt Japanse gevoel mist. Faggiani is dan ook een Italiaan.
Na Stiller had ik Max Frisch heel hoog zitten - en op zich is één briljant boek ook meer dan genoeg voor een geslaagd schrijversleven - want alhoewel Gantenbein thematisch in dezelfde lijn ligt, vond ik het vooral gedateerd aan doen. Hetgeen vast aan mij ligt. Kortom, lees eerst Stiller.
Een heerlijk verslag van een onmogelijke tocht van 4000 mijl in de wildernis van Alaska, die biologe Caroline en haar (timmer)man puur op eigen spierkracht ondernemen. Waarom? Omdat het kan.
De wereld dringt haar een andere kant op. Maar als de vertelster eerlijk is: ze is gewoon een buurtsupermens.
Schrijvers zijn niet de meest sympathieke mensen. Alcoholisten ook niet. En pubers ook niet. Dus verwacht geen mooi beeld te krijgen van Doeschka Meijsing. Wel een portret van een lange worsteling.
De hervertellingen van de verhalen van Kaïn en Abel en van Noach zijn zo eigen - een prachtige binnenkomer van deze schrijver, die bewijst ook zonder zijn eigen leven als uitgangspunt te nemen, veel te vertellen te hebben.
Een meesterwerk van een meester. Berta Isla speelt zich af in de wereld die Marías al eerder heeft verkend, in de boeken die tezamen 'Jouw gezicht morgen' vormen, de wereld van (Britse) spionage en erudiete landhuizen (ja, dat kan). Maar het is niet deze wereld die me zo bekoort. Het zijn de aaneengeregen zinnen, die aftastend, als een schermer, stoten en weer, bijna zichzelf verexcuserend, zich terugtrekken, om het nogmaals te proberen. De recensent van The Guardian (volg de link) vindt het helemaal niks, en zou het boek graag dunner hebben. Ik zou zeggen: dan ben je niet de juiste lezer voor Javier Marías. En dat kan heel goed, want ondanks zijn bestsellerstatus in Spanje, is het een wijze van schrijven waarvoor je open moet staan. Minimal music, maar dan romantischer.