Je creativiteit hervinden in een hyper-connected maatschappij

december 2016

Op Frankwatching heb ik een kritische recensie over Too Fast To Think van Chris Lewis gepubliceerd. Het belang van rust en stilte sprak me aan toen ik het boek uitkoos om te recenseren. Helaas is Chris Lewis vooral een man met een mening op een missie. En die mening is dat onze linkerhersenhelft te dominant is. Alles was niet goed is, plaatst hij vervolgens aan de linkerkant, van angst voor mislukken tot logisch denken. Dat is jammer. Maar er zit gelukkig ook een pareltje in. Lees verder op Frankwatching

De autonome arbeider - De nieuwe mens deel 2

maart 2016

Onze geesten worden rijp gemaakt voor robots en collectieve armoede. Precies een jaar geleden schreef ik over de Nieuwe Mens. Dat zij een antwoord is op een toekomstige tijd, een kuddedier dat zich in zelfstandigheid moet wentelen en zijn privacy offert voor transparantie. In de Groene Amsterdammer van 10 februari 2016, staan twee artikelen die het beeld van de Nieuwe Mens verder inkleuren. Het een gaat over de extreem flexibele Nederlandse arbeidsmarkt met dank aan de zzp’er, het ander over 100 jaar avant-garde in de kunst. Tezamen vertellen ze een verhaal van de opkomst van de autonome arbeider.

Workbench via Unsplash
Workbench via Unsplash

Het artikel over avantgarde kunst begint bij de veranderde statuur van de kunstenaar:

Kunstenaars waren tot die tijd sterk afhankelijk geweest van het adellijke kunstmecenaat, en kregen nu minder opdrachten. Tegelijkertijd ontstond onder invloed van geradicaliseerde romantische ideeën het idee van autonoom kunstenaarschap, gevoed door nieuwe ideeën over authenticiteit, de heiligheid van creativiteit, onafhankelijkheid et cetera.
De autonome kunstenaar maakte geen kunst meer omdat hij een opdracht kreeg, maar omdat hij een authentieke drang daartoe voelde, omdat een innerlijke vonk, een creatieve impuls hem tot kunstproductie bewoog. 1

Met een paar vervangingen staat hier een verhaal van de werknemer van de 21ste eeuw. Was deze in het militair-industriële tijdperk sterk afhankelijk van het kapitalistisch werkgeverschap, nu zijn er steeds minder vaste banen, een ontwikkeling die we minder betreuren dan bejubelen. Want de geradicaliseerde romantische ideeën hebben inmiddels het werknemerschap bereikt, met de roep om passie vanuit Silicon Valley, wat in Der Zeit tot de cynische verzuchting leidde:

Visions, inspiration, community. It’s that enlightenment vernacular in which even a gentlemen’s lounge sounds like a blessing. 2

De Gig-economie belooft ons unieke ervaringen en ongekende flexibiliteit. Maar lees verder over de avant garde en zie waartoe de autonomie voor de kunstenaar leidde:

Een gestage overproductie van kunst was het gevolg, met een even gestage prijsdaling van kunstwerken als onmiddellijk resultaat. Kunstenaars verarmden en raakten maatschappelijk gemarginaliseerd. Ze gingen zich identificeren met de zelfkant van de maatschappij, met zwervers (bohémiens), en andere maatschappelijke randfiguren, gevangenen en geesteszieken.

Hetgeen ons brengt bij het artikel over de flexibele Nederlandse zzp’er. Hierin legt Piet Fortuin van het CNV de vinger op de zere plek: “Als we nu geen nieuwe visie op arbeid ontwikkelen, is straks iedereen zzp’er en zijn alle verworvenheden afgebroken.” 3 Je hoort het ze in de 19de eeuw zeggen over de kunsten. Ook het potentiële gevaar van robots onderkent het CNV:

We gaan honderd jaar terug als we toekijken hoe metselaars zestig of zeventig uur werken om het minimumloon bij elkaar te schrapen en niemand meer in werknemers investeert om te zorgen dat ze nog wat waard zijn als het werk wordt overgenomen door robots.

Een kritische geest gelooft niet in de toevalligheid van deze ontwikkelingen. Het militair-industrieel complex bereidt ons voor op de robot als belangrijkste arbeidskracht. Daar hoort de schepping van een romantisch beeld van de werknemer bij. Waar ik in 2015 nog opriep om waakzaam te zijn, maar hoopvol was dat er na een Nieuwe Mens altijd weer een volgende Nieuwe Mens komt, maak ik me nu zorgen om de autonome arbeider. Wacht haar/hem het lot van de autonome kunstenaar?

Als we met zijn allen volmondig beamen dat een werknemer geen robot is, dan valt daarmee al het werk dat door een robot gedaan kan worden, automatisch toe aan de robot. Mensenwerk is creatief, uitdagend, scheppend, intrinsiek-belonend. Mensenwerk is radicaal romantisch. Wat buiten dat plaatje valt, is geen werk voor mensen. Precies zoals de multinationals het graag zien.

Welke 3 rollen moet het ideale strategieteam bevatten?

november 2015

In een continu veranderende wereld is een open, onderzoekende blik noodzakelijk. Bedrijven moeten veranderen, anders overleven ze het niet. Voor deze verandering is een intieme samenwerking nodig. Uit welke drie rollen bestaat het ideale strategieteam en welke disciplines moeten opnieuw uitgevonden worden om te overleven als je zeilt op woeste zeeën?

Carola Verschoor houdt een warm pleidooi voor het belang van zowel de onderzoeker als de ontwerper voor de bedrijfsstrategie van de toekomst. Het zijn woeste zeeën waarop ze bedrijven laat zeilen in haar Engelstalige boek ‘Change Ahead: It’s the attitude that makes the difference.’ In een mix van theorievorming en praktijkervaringen neemt Carola Verschoor je op een zeiltrip mee: “Waves of technology, winds of societal change, cycles of economic instability, all make business more difficult than ever before to navigate. So we must learn to navigate. Staying on the shore is not an option.” Het is een stelligheid waarmee Verschoor ons zo’n driehonderd pagina’s lang bij de les houdt.

Bedrijven moeten veranderen, anders overleven ze niet. Voor deze verandering is een intieme samenwerking nodig tussen strategen, ontwerpers en onderzoekers. Bovendien zullen de drie disciplines opnieuw uitgevonden moeten worden. In de pakkende taal van Verschoor: re-design research, re-think strategy en re-search redesign.

Re-design research

Het heeft mij enige tijd gekost voor ik met een onbevangen blik Verschoors streven om research te redesignen, op waarde kon schatten. Wanneer Verschoor spreekt over onderzoek, zo werd me uiteindelijk duidelijk, heeft ze het over bedrijfsmatig onderzoek en eigenlijk nog beperkter: consumentenonderzoek. Anders is het niet te verklaren waarom ze keer op keer stelt dat onderzoek over betekenis en mensen gaat.

Ook creëert ze een kunstmatig spanningsveld tussen de wetenschappelijke methode en de empirische methode. In onzekere tijden moet je de rationele, wetenschappelijke methode verlaten voor een meer intuïtieve, experimentele houding. Het zijn haar persoonlijke ervaringen van een innovator in conservatieve bedrijfsculturen die hier, neem ik aan, debet aan zijn. Het geeft zo af en toe de indruk van een Don Quichote die de traditionele onderzoekscultuur bestrijdt: “Merely answering questions to inform business does no service to business”.

Toegepast onderzoek

Wil research aan tafel komen bij de strategievorming van een bedrijf, dan is het noodzakelijk dat het navelstaren van de onderzoekers op de methoden en technieken, plaatsmaakt voor een focus op: ‘wat willen we bereiken?’. Goed onderzoek kenmerkt zich volgens Verschoor door een focus op de uitkomst die behaald moet worden. De uitkomst waarnaar zij op zoek is, gaat over betekenisgeving. Onderzoek helpt bedrijven om te begrijpen wat belangrijk is voor zijn klanten. Met een open geest de wereld proberen te duiden, dat is de kerntaak van onderzoekers. Daarvoor is een instrumentarium nodig van een viertal typen onderzoek:

  1. Documentaire-onderzoek: in welke wereld leven we?
  2. Narratief onderzoek: welke verhalen vertellen mensen elkaar?
  3. Testimonial-onderzoek: wat doen mensen in de wereld?
  4. Belevingsonderzoek: hoe kun je de wereld beïnvloeden?

Wanneer Verschoor klaar is met het redesign van research, zijn de cijferfabrieken van weleer vervangen door onderzoekers die, op basis van kennis van de wereld om ons heen, de strategen en ontwerpers keer op keer uitdagen en verrassen. Onderzoekers leggen de verbinding tussen theorie en praktijk in hun voortdurende zoektocht naar relevante vragen. Onderzoek is niet langer de vraag naar ‘wat weten we zeker?’, maar naar ‘waar moeten we over nadenken?’.

Re-search design

Niemand is zo goed voorbereid op de onzekere, complexe wereld van vandaag als de ontwerper, stelt Verschoor. Alles in het werk van de ontwerper draait om context en om de mens. In ‘Change Ahead’ houdt zij een lofzang op de designer, waarbij de theorieën en concepten vlotjes de revue passeren, zodat je na zo’n 40 pagina’s de instrumenten hebt om met de bril van een ontwerper de werkelijkheid te fileren. Terwijl de onderzoeker zich moet aanpassen aan de nieuwe tijd, hoeft de ontwerper enkel serieus genomen te worden, door zichzelf en door de omgeving. ”Design takes nothing for granted and does not seek explanations solely by asking questions, but rather looks for reactions by probing and prototyping.”

Design takes nothing for granted and does not seek explanations solely by asking questions, but rather looks for reactions by probing and prototyping.

Derde weg

Design gaat in essentie niet om het maken van dingen, maar om een benadering van de werkelijkheid. Om te begrijpen hoe dit werkt, wendt Verschoor zich tot ‘abductief redeneren’. Dit vormt een alternatief voor deductie (het grote verhaal verklaart de details van de werkelijkheid) en voor inductie (het grote verhaal vormt zich naarmate er meer details gevonden worden). Bij abductie neem je de meest waarschijnlijke verklaring als waar aan totdat het tegendeel bewezen is. Het voordeel van abductief redeneren is dat je continu bereid bent te leren en je koers te verleggen, maar dat je wel steeds in beweging bent. Wie zich deze manier van denken weet eigen te maken en de mens centraal stelt, is in staat om in onze veranderlijke wereld de puntjes op een nieuwe manier met elkaar te verbinden en zo voor alle betrokken waarde te creëren.

Driehoeksverhouding

Het walhalla van Change Ahead is het creatieve inzicht: “The alchemic point where the understanding of what matters to the user and how one can create relevance is transformed into business propositions.” Om daar te komen heb je het kompas van de onderzoeker nodig en het stuurwiel van de ontwerper. De kapitein van het schip blijft echter de strateeg. Door slimme keuzes genereert zij de mogelijkheden om succesvol te zijn. Deze driehoeksverhouding werpt alleen haar vruchten af indien de strateeg zich bewust is van de onvoorspelbaarheid gedurende de reis. Iedereen aan boord moet continu stilstaan bij de omgeving. In spreadsheets is de werkelijkheid niet te vinden. De werkelijkheid moet je continu beleven.

The alchemic point where the understanding of what matters to the user and how one can create relevance is transformed into business propositions.

S.A.I.L.-model

De beleving met alle zintuigen, in het Engels: ‘sensing‘, levert Verschoor de eerste letter van haar eigen model op: S.A.I.L.: Sensing, Analyzing, Inventing en Learning. Deze cyclus van vier stappen moet men continu doorlopen, wil men blijven voortbestaan. Verschoor biedt handige richtlijnen en tips voor elk van de vier stappen. In welke stap je ook zit: “The importance and relevance of context cannot be overemphasized.” Bovendien is een kenmerk van haar model dat men continu in beweging blijft, op weg naar een doel waarbij men met open geest de wereld beschouwt. “Sailing is a matter of expertise, intuition, decision making, and stewardship.” Of het hier over de fysieke wereld van zeil, wind en water gaat of over die van strategie, onderzoek en design maakt voor Verschoor niet uit. De regels zijn gelijk.

Verhalen uit de praktijk

‘Change Ahead’ bevat twee verhalen: een waarin de theorie de hoofdrol speelt en een even uitgebreid verhaal over de praktijk. Hierin heeft Verschoor 42 interviews met onderzoekers, designers en strategen opgenomen. Zelf noemt deze verhalen ‘dialogen’, maar ze volgen een wel heel strak opgelegd regime voor een dialoog. Alle verhalen komen terug in een gelijk format:

Na de eerste paar verhalen wenste ik dat ze een vrijer formaat had gekozen, want zoveel nieuws leveren deze vragen niet op. Ze bevestigen het verhaal van ‘Change Ahead’ en bieden, ondanks het brede pallet aan geïnterviewden, nauwelijks inzichten die we niet al in het eerste deel hebben gelezen.

Golf op golf

Change Ahead gaat geen mensen overtuigen die niet al geloven in het belang van design thinking en flexibelere vormen van organiseren. Voor wie echter inspiratie zoekt hoe de organisatie meer flexibel te maken, biedt Verschoor een geïnspireerd model waarin design een grotere rol dan ooit tevoren toebedeeld krijgt. De nadruk op het belang van context, op durven doen, en op continu bijsturen is haar belangrijkste boodschap: “Gone are the times of annual strategic planning: it is now an ongoing wave of exploration, generation and validation.”

Over het boek

Titel: Change Ahead; How Research And Design Are Transforming Business Strategy Change Ahead
Auteur: Carola Verschoor
Uitgever: BIS Publishers
Jaar: 2015
Nummer: ISBN 978 90 6369 398 5
Mediatype: Boek, 287 bladzijdes
Prijs: € 34,00
Bestellen: via managementboek.nl

Origineel Frankwatching:
Welke 3 rollen moet het ideale strategieteam bevatten?

Alles gaat online

oktober 2015

Duncan Rawlinson © Flickr
Duncan Rawlinson © Flickr

Alles gaat online en wordt digitaal. Wow, dat klinkt als een frisse observatie uit de vorige eeuw. En toch raakte hij me zojuist weer met de kracht van de eerste keer. Het internet dringt steeds dieper door in onze samenleving - van Big Data tot de Internet of Things, van de Gig Economy tot de Social Enterprise. Ook de discussies over robotisering en zelfs het basisinkomen zijn te herleiden tot de impact van ‘alles gaat online’. We verliezen daarbij veel: van onze privacy, gedefinieerd in termen van Repelsteeltje’s ‘niemand weet hoe of ik heet’, tot de ontmoetingsplekken met ‘de ander’, nu we online ons altijd tot gelijkgestemden kunnen wenden. Alles gaat online - is dat nu een zegen of een vloek?

De vonk voor dit artikel begon met een enthousiast betoog over de positieve effecten van internet op de Europese economie, waarin de auteur, Matt Brittin van Google, het ongelooflijke succes van ecommerce in Europa beschrijft (inderdaad, dat stuk deed me ook denken aan de vorige eeuw). Terwijl ik het las, zag ik enkel de lege winkelstraten voor me met de kleine retailer die het openen van de winkel steeds meer als een last is gaan ervaren - het moment van de dag waar je eigenlijk vol hoop moet nadenken over de kansen die er liggen, maar je enkel bang bent voor nog minder klanten dan gisteren; bang is niet eens het juiste woord, je verwijt jezelf de hoop dat het vandaag beter zal zijn, hoop als vorm van zelfkwelling, hoe erg kunnen we het maken? De enige troost die hem rest, is de observatie uit de 19de eeuw, in de onlangs uit het Pools vertaalde roman De Pop van Bolesław Prus:

“Even later waren het gekras van deurgrendels en het gekletter van staven te horen en kwam het daglicht de winkel binnenvallen, de enige klant die de zakenman nooit teleur zal stellen. Rzecki ging aan zijn schrijftafel bij het raam zitten. Klejn nam zijn vertrouwde plek bij het porselein in.”

Afijn, terug naar de belegen observatie: alles gaat online. Gisteren voor het eerst eens zelf op zoek gegaan naar een Airbnb, niet omdat ik een logeerplek zoek, en misschien juist daarom wel, want ik steun het fenomeen van het hotelwezen - je moet ongepland in een stad kunnen aankomen om je valies zonder plichtplegingen in het plaatselijke hotel te droppen, en Airbnb maakt het hotel straks onbetaalbaar - niet omdat er geen behoefte meer zal zijn, maar omdat er niet meer voldoende geld te verdienen valt, er is een kritische massa nodig die gebruik maakt van een dienst, anders vervalt de dienst voor iedereen.

Airbnb dus, en de prijzen vielen me niet echt mee, die concurreren in de grote steden met de hotels. Hetgeen de aantrekkingskracht van het concept voor de verhuurder verklaart, een overnachting levert op. De diversiteit in lokaties maakt het, gezien ook de reacties van de gasten, eveneens zeer verleidelijk voor mensen die hun citytrip op voorhand plannen. Je kunt je even bewoner van de stad voelen - kom daar maar eens om in een hotel, waar je ‘s ochtends met je duffe hoofd eerst in een te stille zaal waar iedereen je aanstaart, aan een buffet je ontbijt mag halen om daarna als een klant die een bordeel verlaat, je kenbaar te maken als ’toerist’ op het moment dat je de overdadige kitsch van de hotelloby uitloopt, de straat op. Het hotel echter heeft een grote economische betekenis - het biedt mensen van allerlei pluimage werk: de schoonmakers, de receptie, de nachtportier, zoveel mensen die zinvol werk vinden in de lobby, de keukens, de lange corridors en identieke kamers van een hotel. Bovendien kun je er aan de bar ‘s avonds nog eens een echte ’vreemde’ ontmoeten. Als alles online gaat, raken we dan het hotel kwijt?

Man And His Dog by Duncan Rawlinson © Flickr
Man And His Dog by Duncan Rawlinson © Flickr

Wie Airbnb zegt, zegt ook Uber, de taxidienst. Niet omdat ze onderdeel zouden zijn van de deeleconomie, want zoals Airbnb weinig met couch surfing van doen heeft, heeft Uber niets van doen met auto-delen, doch ter staving dat alles online gaat en we in een Gig Economie terecht komen. Mijn aversie tegen de Nederlandse taxi heeft na 10 jaar wonen in Amsterdam, ervaring met het ziekenvervoer en enkele weken forenzen met taxi naar Schiphol, best grote hoogten bereikt (de goede ervaringen niet te na gesproken), maar ik begrijp, juist door de slechte ritten misschien wel, het belang van de taxi als werkgever voor een bepaalde groep mensen. Wat moeten die gaan doen als ze niet meer de baas in hun taxi kunnen zijn?

Door Uber verdelen we de beschikbare ritten over een veel grotere groep mensen. De gevolgen van ‘alles gaat online’ gaan verder dan een herverdeling van werk, zo betoogt Umar Lee in Why Progressives Should Think Twice About Embracing Uber and Lyft. In essentie vergroot het de tweedeling in de maatschappij. Want wie zelf kan kiezen op Uber welke chauffeur hij wil, wie zelf kan kiezen op Airbnb bij welke stadsbewoner hij aanklopt - hoe groot is de kans dat je iemand kiest die lijkt op jezelf? Dezelfde leeftijd, hetzelfde opleidingsniveau, dezelfde achtergrond, al is het maar omdat de reviews die bij deze kamers en autoritten staan, waarschijnlijk nauw aansluiten op wat jij belangrijk vindt. Ik kan me niet voorstellen dat veel mensen in Nederland een vast inkomen kunnen verdienen als Uber-chauffeur. Met als gevolg dat niemand meer een boterham kan verdienen aan een taxirit. Niemand? Sorry, natuurlijk wel de softwaremakers, geldschieters en dienstverleners van Uber zelf. Voor de chauffeurs rest er een schamel loon - voor de een een welkome, nieuwe aanvulling op een karig loon of uitkering, voor de ander echter het verlies van geld en aanzien.

Kip-ei dilemma

De postbode van vroeger is de pakketleverancier van nu. Eens was het een ambtenarenbaan met mooie privileges. Nu is het een baan waar het risico deels bij de bezorger ligt. De wereld verandert en alles gaat online. Moet ik me daar schuldig over voelen? Als we ons terugtrekken in ons huis en in een cocon van gelijkgestemden, kunnen we dat dan wijten aan ‘alles gaat online’? Of gaat juist alles online omdat we van oudsher gemak verkiezen en ‘de ander’ proberen te vermijden?

We brengen alles online omdat we het plezier verkiezen, het plezier van een goede prijs, vrijwel onbeperkte keuzevrijheid en uitgebreide informatie. We brengen alles online omdat we een taxirit willen bij een vriendelijke chauffeur met wie we een leuk gesprek kunnen hebben, omdat we willen overnachten in een woning die ons even het gevoel geeft thuis te zijn in Parijs, Barcelona of New York, omdat we de mooiste houten kist van het land thuis geleverd willen krijgen. Alles gaat online, en ik kan niet ontkennen, dat de wereld er, ondanks alles, beter op wordt. Zoals ecommerce de leukste winkels heeft verjaagd uit alle dorpen en kleinere steden, zullen Uber en Airbnb waarschijnlijk de meeste taxibedrijven en hotels de das om doen. Er zal een tijd zijn dat ik in een provinciestad arriveer en naar een buitenwijk gereden wordt door een Uber-chauffeur om daar in een jaren 70-rijtjeshuis op de eerste verdieping mijn valies neer te zetten in de voormalige tienerkamer van de uithuizige zoon. Alles gaat online. Het gaat er niet om of verzetten wel of geen zin heeft. Het gaat erom dat de wereld er uiteindelijk beter van wordt. Het probleem van werk voor iedereen, het probleem van de verbinding tussen mensen van alle opleidingen, geloven en rassen - dat zijn problemen die niet gaan over on- of offline. Ik zal moeten leren leven met mijn schuldgevoel wanneer ik een boek online koop en de boekhandel in de straat daarmee een klant in de winkel ontzeg. De winkelier van vroeger is verdwenen. Lang leve internet.

De recycle-industrie van Big Data

augustus 2015

Recycling is Beautiful © Scott Ableman on Flickr
Recycling is Beautiful © Scott Ableman on Flickr

Big Data een hype of bubble noemen, is op zichzelf alweer een hype. Net zoals het uiteenspatten van de internet-bulb in 2000 echter niet heeft geleid tot het afschrijven van internet, zal Big Data niet verdwijnen als de eerste opwinding geluwd is. Het geloof dat Big Data inzicht geeft in de objectieve waarheid van de samenleving en de wereld als geheel, dat geloof zal na de bubbel grotendeels verdwenen zijn - zoals de belofte van eeuwigdurende groei uiteenspatte na de eerste internet-implosie. Big data gaat echter volgens mij helemaal niet over geloof of de waarheid, maar over nieuwe waardecreatie op basis van bestaande informatie. Om dit beter te begrijpen, eerst maar eens de vraag wat ik onder Big Data versta.

Databergen

Big Data begint niet op het moment dat we veel data verzamelen - dat doen we al minstens sinds de eerste volkstellingen uit de tijd van de bijbel. Om een recenter voorbeeld aan te halen: Ik herinner mij nog de aanvankelijke opwinding toen in de jaren ’90 de Air Miles ingevoerd werden bij Albert Heijn. Wij als consument zouden, om onze kortingen te behouden, ons volledige aankoopgedrag inzichtelijk moeten maken voor de slinkse marketingtrucs van onze nationale grootgutter. Lange tijd leek dit vooral wishful thinking van de zijde van de marketers. Nog in 2002 hoorde je in de wandelgangen bij congressen ietwat cynisch dat men met al die bergen data geen kant op kon en dat het dus allemaal wel meeviel met die privacy-gevaren. De technologie was nog niet in staat om de data om te zetten in relevante persoonlijke aanbiedingen.

Dat cynisme is inmiddels verdwenen, zeker sinds het inmiddels iconische verhaal over de nog in zoete onwetendheid verkerende vader en zijn, zo bleek zwangere, 17-jarige dochter bij de Amerikaanse keten Target. Target was een van de eerste traditionele bedrijven die het lukte om aankopen te herleiden tot persoonlijke aanbevelingen.

Big Data lijkt precies te gaan over deze mogelijkheid: het distilleren van grote bergen nuttige informatie die opdoemen uit de mist van bits en bytes. En deels klopt dat. Door sneller te kunnen zoeken en resultaten te kunnen samenvoegen, kunnen we grotere datasets doorzoeken. Een technische duiding van Big data is: “Parallel Processing for the Masses” 4.

Big Data, zo beschreven, onderscheidt zich niet wezenlijk van Business Intelligence: nieuwe technologie voor bestaande activiteiten. Hoe essentieel deze technologie ook is om te begrijpen, het duidt vooral de ingenieurszijde van Big Data. Alsof we een auto reduceren tot vervoermiddel voor het individu - het beschrijft misschien ‘wat het is’, maar niet ‘wat het doet’. De grote vraag is: heeft Big Data meer te bieden dan slimmer en sneller?

Data als product

In oktober komt een nieuwe Barbie op de markt, Hello Barbie. Het is een kindervariant op de zorgrobot Alice, die onlangs te zien was bij de NCRV. Hello Barbie is een converserende Barbie - niet alleen kan ze praten, ze kan ook luisteren en reageren. Sterker nog, ze kan leren. Deze Barbie staat in continue verbinding met een centrale server waar alle gesprekken opgeslagen en geanalyseerd worden, zodat Barbie steeds relevanter wordt. Op YouTube is een voorbeeld te zien.

Hey, there, Little Red Riding Hood © Charles Rodstrom, Flickr
Hey, there, Little Red Riding Hood © Charles Rodstrom, Flickr

Welke verandering vindt hier plaats? De evolutie van Barbie - van plastic pop met blonde haren en een anorexia profiel tot roddelende hartsvriendin? Of de transformatie van het moederbedrijf, Mattel? Wie rechtstreeks toegang krijgt tot taal, fantasie en verhalen van kinderen, beschikt over veel meer dan een pop en een merk. Met Hello Barbie krijgt Mattel toegang tot informatie waar heel veel bedrijven likkebaardend naar zullen kijken. Deze informatie zou weleens meer waard kunnen zijn dan de miljardenbusiness rond Barbie zelf.

Een tweede voorbeeld: Apple Music. Gaat het Apple om de omzet van haar nieuwe streaming muziekdienst? Of wil ze toegang tot ‘hoe we ons voelen’? Hoe argwanend moet je zijn? Ik was in ieder geval gecharmeerd van een analyse op Medium.com: Taylor Swift, Sadly It Ain’t Just About The Music Anymore “Music, though, has an added, very personal and secret emotional level, where the mind and heart and body react to it on many different levels. Music (and art) are power. Imagine being able to harness those emotions and reactions into data. Imagine using that data to predict sales. Imagine using that data to compare to trillions of other bits of emotional information stored from people all around the globe.”

Beide voorbeelden tonen nieuwe vormen van waardecreatie met data. Talloze nieuwe vormen van handel en van samenwerken zullen gerealiseerd worden. Uiteindelijk kan de informatiestroom die men weet te realiseren, minstens zo waardevol zijn voor bedrijven als de diensten waarin men ze verpakt. Daarom is de essentie van big data naar mijn idee de waarde die informatie heeft voor hergebruik. We zoeken op Google, en Google hergebruikt onze zoektermen voor Google Grieptrends. Als ze er al niet direct geld aan verdienen, dan is het in ieder geval een briljant marketinginstrument. We zetten onze foto’s online en er is een onderneming, Flipkart, die bedenkt dat zij, op basis van patroonherkenning, trends in de mode kan voorspellen nog voor ze door anderen opgepikt worden.

Onze informatie, in de vorm van foto’s die we maken, muziek die we draaien en zoekopdrachten die we rondstrooien, wordt hergebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten. Steeds vaker zullen bedrijven niet alleen kijken naar de primaire inkomstenstroom die een dienst kan opleveren, maar ook naar de informatie die ze daarmee kunnen binnenhalen om te verhandelen. Sterker nog, wellicht dat de innovatie van de toekomst start met de vraag “Welke informatie kunnen we verhandelen”, om er vervolgens diensten voor te ontwikkelen waarmee die informatie verzameld kan worden.

De hoogste bieder

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb refereerde in de eerste uitzending van Zomergasten van dit jaar aan een mogelijke verschuiving in de stad: dat afval geen waardeloos product meer is, waarvoor de burger moet betalen om er vanaf te komen, maar dat het een grondstof is dat naar de hoogste bieder gaat.

Als we een zoekopdracht niet alleen zien als een dienst die wij vragen van een zoekmachine, maar ook een dienst die wij leveren aan de zoekmachine - ik gun jou mijn zoekopdracht - dan komt er een heel nieuw model van de grond. Een model dat in de zoekmachine Ecosia al een representant heeft: zoek via hen en plant een boom. In eerste instantie een wat exotisch idee. We weten allemaal dat webverkeer geld kost (denk alleen al aan de servers, het technisch onderhoud en de energierekening). Ja, er staan advertentie-inkomsten tegenover. Maar wil je, om een boom te kunnen planten, een zoekmachine in de lucht houden?

Het verhaal achter Ecosia wordt een stuk logischer, wanneer we ons realiseren dat onze zoekopdrachten zelf waarde hebben. Een veiling niet alleen van advertenties bij zoekopdrachten, maar ook voor campagnes op je smartphone. Wie weet waar je naar zoekt, naar welke muziek je nu luistert en wat je laatste post op Facebook was, is spekkoper. Je kunt iemand in een fractie van een seconde een op maat gesneden snapchat sturen.

Hoe meer informatie we leveren, niet alleen via laptop, tablet, desktop en smartphone, maar ook via ons uitdijende Internet Of Things-pandemonium (denk aan Eneco’s Toon, Apple Watch, routenavigatie en wifi in de koelkast), hoe meer mogelijkheden voor nieuwe waardecreatie ontstaat. Een goed ding als je de grote problemen in de Glocal economie wilt aanpakken. Een potentiële ramp voor wie zich zorgen maakt om zijn/haar privacy. En wat zuur voor wie zich blauw gaat betalen aan diensten die uiteindelijk via de eigen gratis data-aanlevering zijn ontwikkeld. Hetgeen ons terug brengt bij de recycle industrie.

Als we straks geld krijgen voor onze kapotte hondenmand, krijgen we het dan ook voor onze zoekopdracht? Worden wij betaald voor iedere keer dat we zoeken? Krijgt de hoogste bieder dan mijn zoekopdracht? En, minstens zo interessant, hebben we ook een keuze om onze zoekopdracht voor onszelf te houden, bijvoorbeeld in de vorm van een zogenaamde eenmalige wegwerpzoekopdracht. De metafoor van de recycle-industrie kan zelfs nu al nog verder opgerekt worden. Want zijn de hackers van nu niet eigenlijk de koperdieven van de toekomst - databases worden geplunderd om te verhandelen als grondstof voor nieuwe toepassingen? Big Data als grondstof voor waardecreatie - het levert een nieuwe kijk op de wereld om ons heen.

Origineel op Frankwatching:
Is big data de grondstof voor nieuwe waardecreatie?

De menselijke maat; een kritische reflectie

februari 2015

Waar je ook gaat werken, als moderne medewerker wordt er van je verwacht dat je goed kunt communiceren, je kennis graag deelt met collega’s, dat je flexibel bent en empathisch sterk ontwikkeld. De moderne medewerker is niet een mens, maar een sjabloon. Een sjabloon dat precies past bij de tijdgeest. Mag ik, zo aan het begin van het jaar, je uitdagen daar eens kritisch over na te denken?

beeldmateriaal met dank aan o.a. Happy woman © Lotus Carrol
beeldmateriaal met dank aan o.a. Happy woman © Lotus Carrol

Ik wilde het vandaag over de Nieuwe Mens hebben. Ik weet dat de Nieuwe Mens al eerder ten tonele is gevoerd in de geschiedenis. Maar er is, zoals er steeds een nieuwe formule is voor een pak sap, ook steeds opnieuw de Nieuwe Mens. Niet zoals in Heraclitus’ rivier, het eeuwig zelfde of eeuwig veranderlijke, het zijn of het worden. Nee, we hebben het hier over Nieuw als in de doorontwikkeling van de mens. En zoals altijd, is Nieuw beter. De Nieuwe Mens is een verbetering in Darwinistische termen. Zij is beter toegerust op de toekomst. Althans, op dat deel van de toekomst dat we willen kennen.

Hij is een zij

Herinner jij je nog de wisselende beloften van de vorige Nieuwe Mens? Deze was, al naar gelang het tijdperk, rationeel, wikkende en wegende tot hij stuitte op de beste oplossing. Of, in de propaganda van zowel communistische heilstaten als kapitalistische productiebedrijven, een functioneel radertje dat zonder na te denken in staat was het beste van zichzelf aan het geheel te geven, een krachtig wezen dat in opperste staat van tevredenheid zijn bijdrage aan de maatschappij of de baas leverde. Deze Nieuwe Mens, nimmer gerealiseerd in vlees en bloed, heeft de afgelopen jaren een nieuwe gedaante gekregen. Huivert van genot of van afgrijzen, dat is volledig aan jou, wat de Nieuwe Mens behelst.

De Nieuwe Mens is een zij - ze heeft althans een aantal kenmerken die we van oudsher vrouwelijk noemen. Zo is de Nieuwe Mens empathisch en uiterst bedreven in multitasken. Ze heeft oog voor de noden van anderen en staat open voor kritiek. Ze is flexibel en zeer bedreven in het netwerken. Het leggen en onderhouden van contacten is haar een groot plezier. De Nieuwe Mens ontdekt haar persoonlijke, unieke effectiviteit en voegt deze waarde toe wanneer zij samenwerkt met andere unieke individuen. De Nieuwe Mens houdt weinig voor zichzelf en deelt met liefde wat ze aan kennis en mogelijkheden onder haar hoede heeft. De Nieuwe Mens is lenig en lerend, net als de maatschappij waarin ze haar plek zal vinden. Zij is expressief en extravert, maar gunt daarbij de ander ook haar ruimte. De Nieuwe Mens is positief ingesteld, niet op zoek naar problemen, maar naar oplossingen, niet op zoek naar zichzelf, maar naar de ander.

De Nieuwe Mens is geen radertje, maar een knooppunt, dat moeiteloos alles doorgeeft en niets bezit. Zij profileert zich als ideale partner, maar gaat geen langdurige verbindingen aan en laat zich niet vastleggen. Ze is haar eigen baas in een tijdperk dat niemand de baas is. De Nieuwe Mens is de toekomst. Of althans, dat deel van de toekomst waarover we willen nadenken.

Fatale weeffout

Ik meen dat de Nieuwe Mens enkele weeffouten bevat, incongruenties die haar realisatie in de weg staan. Zo is nog niet volstrekt helder hoe de Nieuwe Mens haar persoonlijke effectiviteit kan leren kennen door zich volledig te richten op de ander. Onze maatschappij heeft hiervoor haar hoop gevestigd op de informatietechnologie, die in razend tempo steeds knapper wordt. Wanneer we ons hele leven willen delen, kan de computer ons in technotherapie leren wie we zijn. Vanzelfsprekend offert de Nieuwe Mens graag haar privacy voor deze zegeningen van de transparantie. Privacy als offer - precies dat is het, een offer dat de Nieuwe Mens in religieuze extase aanbiedt. De Nieuwe Mens laat zich graag volledig kennen om begrepen te worden, niet in de eerste plaats door de mensen om zich heen, maar door het systeem dat haar beschermt en omarmt, ja, haar zin geeft.

De weeffout die de Nieuwe Mens echter daadwerkelijk fataal kan worden, heb ik voor het laatst bewaard: Wat is de toekomst die de Nieuwe Mens wacht? Het is een toekomst van toenemende verstrengeling en complexiteit, van de circulaire economie en van de disruptieve innovaties. De Nieuwe Mens is letterlijk geschapen voor deze biotoop. Bij de Nieuwe Maatschappij hoort de Nieuwe Mens. Wat heeft dit met een weeffout te maken, zo vraagt u zich wellicht af? De Nieuwe Mens die het antwoord is op een tijd die nog moet komen - die is geen ‘natuurlijk’ mens, geen mens door schade en schande, door evolutie en selectie gevormd, maar een politiek project.

Ideaalbeeld

De Nieuwe Mens is niet in vrijheid geboren, maar een mal waarin wij ons volgzaam, ja zelfs jubelend, moeten laten gieten. De Nieuwe Mens ontkent onze individuele vrijheid anders te handelen in een toekomst die we per definitie niet kunnen kennen. Wie nu de Nieuwe Mens definieert, neemt een voorschot op de toekomst. De Nieuwe Mens is het kuddedier dat vredig zal grazen in een samenleving die moderne utopisten ons voorschotelen.

De Nieuwe Mens, dat zijn niet jij en ik. De Nieuwe Mens is een ideaalbeeld waar jij en ik aan moeten voldoen. Maar bedenk: je hoeft niet mee te doen. Je hebt een keuze. Als de geschiedenis ons iets kan vertellen over de toekomst, zal de Nieuwe Mens niet beter zijn dan haar voorgangers en niet beter dan jij en ik. De Nieuwe Mens zal met zekerheid opgevolgd worden door een Nieuwer Mens. Dat op zich geeft troost. Dank voor je aandacht.

Het sociale ABC: strategieën voor verleiding

april 2014

The grabbing hands © sciencesque, Flickr
The grabbing hands © sciencesque, Flickr

Social media zijn gericht op de wisselwerking met anderen. Ze moeten verleid worden om te luisteren en te reageren. Wie deel neemt, zal zich het spel van verleiding eigen moeten maken. Daarom maakten wij van Winkwaves dit sociale ABC: hoe maak je je eigen verhaal Aantrekkelijk en Belangrijk en hoe bied je Context? Een pleidooi voor het schone, het goede en het ware in je sociale communicatie.

Het sociale ABC biedt tips voor de dagelijkse praktijk die door iedereen toegepast kunnen worden. Ze zijn dus zeker niet voorbehouden aan communicatieprofessionals en communitymanagers. Ik wil iedereen helpen zich als verhalenverteller te onderscheiden, in een stortvloed aan prikkels die op mensen afkomt. Aangezien onze zintuigen de eerste filter vormen voor prikkels, start het sociale ABC met de A van aantrekkelijkheid.

Aantrekkelijke presentatie

Iets online aantrekkelijk vinden, begint bij het oog, bij de waardering voor kleur- en ruimtegebruik. Maar ook het taalgebruik speelt een rol. Zomaar iets dumpen onder het motto ‘dan staat het er toch?’, is een belediging voor de ander, die de tijd neemt er aandacht aan te besteden. Met afbeeldingen, het opdelen van tekst in blokken en zorgvuldig taalgebruik en formuleringen, kan een hoop aandacht gewonnen worden.

Afbeeldingen zijn niet alleen prettig voor het oog, ze signaleren ook dat er tijd en aandacht besteed is aan de pagina. Bovendien vinden mensen een tekst waaraan een afbeelding is toegevoegd geloofwaardiger.

Als de afbeelding dan ook nog eens een menselijk gezicht bevat, zijn we nog alerter op het getoonde. En niet te vergeten: soms zegt een afbeelding meer dan woorden. Flickr bevat een breed assortiment aan foto’s die onder een creative commons licence gebruikt mogen worden. Dit komt meestal neer op bron- en naamsvermelding bij de foto.

Schrijven is schrappen

Once I was a scuba diver in the sea of words, now I zip along the surface like a guy on a Jet Ski“, schreef Nicholas Carr. Over de leesrevolutie en schrijven voor het web zijn tal van goede tips en adviezen te vinden. Een aantrekkelijke tekst is in ieder geval toegankelijk voor de lezer en biedt ruimte om aan te sluiten. Probeer de lijdende vorm (‘worden’) te vermijden. En bedenk dat schrijven meestal vooral een kwestie van schrappen is.

Reacties uitlokken met een spelelement

Een spelelement geeft al snel een bijdrage iets extra’s. Sommige principes van gaming zitten nog net op de grens van wat je als professional in de dagelijkse praktijk kan doen om je verhaal aantrekkelijk te maken. Als je reacties van collega’s wilt uitlokken, is bijvoorbeeld een quiz of poll een originele vorm om je boodschap in uit te drukken.

Belangrijk maken

© Hobvias Sudoneighm, Flickr
© Hobvias Sudoneighm, Flickr

Voor wat je belangrijk vindt, maakt je tijd vrij. Hierbij kun je drie factoren onderscheiden: welk belang ken ik aan het medium zelf toe? Welke rol speelt het binnen mijn netwerk? En welke betekenis heeft het voor mij persoonlijk? Sleutelbegrippen hierbij zijn vertrouwen, verbinding, relevantie en macht.

Hoeveel vertrouwen krijg je?

Social media raken steeds meer ingeburgerd. Maar zijn ze ook belangrijk? Dat hangt deels af van de persoon die je het vraagt. Je kunt het oordeel wel beïnvloeden: hoe relevanter je berichten zijn, hoe meer waarde de ander toekent aan jouw gebruik van sociale media. Bedenk daarom dat ieder bericht niet op zich staat, maar er één is in een keten. Deze keten bepaalt mede het vertrouwen dat de ander je schenkt. En vertrouwen is een directe voorspeller van het belang dat de ander toekent aan wat jij post.

Schizofrene tijden

We leven in schizofrene tijden. Enerzijds maken we het individu steeds belangrijker, anderzijds moet iedereen zich schikken in netwerken. We proberen het delen van goederen en informatie tot norm te maken. Maar we moeten ook allemaal een persoonlijk merk zijn dat zijn unieke eigenschappen niet alleen kent, maar ook etaleert.

Durf ook te antwoorden

Social media bevinden zich in het middelpunt van deze dynamiek. De kunst is om in je bijdragen zowel jezelf als de ander belangrijk te maken. Durf daarom niet alleen te vragen, maar ook te antwoorden. En zorg ervoor dat anderen zich gezien voelen. Voor community managers zijn er veel tips beschikbaar om mensen zich gewaardeerd te laten voelen. Een goed startpunt is Richard Millington en zijn online community guide Feverbee.

Nieuwe e-mailen & vergaderen

Wanneer iets voor mij persoonlijk relevant is, vind ik het al snel belangrijk. Er is geen grotere motivatie voor mensen om iets te gebruiken, dan het simpele feit dat het daadwerkelijk een verbetering is. Zoek daarom, in het geval van intern gebruik van social media, naar pijnpunten in de organisatie en bedenk hoe social media hierbij een oplossing kunnen bieden. Het nieuwe e-mailen en het nieuwe vergaderen bekleden daarbij in veel organisaties de topposities.

Gebruik e-mails voornamelijk nog voor notificaties, voer op een centrale plek de gesprekken en deel documenten in de context van de gesprekken. Zo kun je niet alleen je inbox veel makkelijker in toom houden, ook de kwaliteit van besluitvorming en de transparantie gaan er enorm op vooruit. Hetzelfde geldt voor vergaderingen. Een goede online voorbereiding voorkomt gedurende de fysieke bijeenkomst het voorstelrondje, het samenstellen van de agenda en de ‘wat verder ter tafel komt’. Ook de notulen van de vorige vergadering hoeven niet meer besproken te worden, aangezien ook deze online staan.

Wat aandacht krijgt is blijkbaar belangrijk

Wat belangrijk is, krijgt aandacht. Dit mechanisme werkt ook omgekeerd. Wat aandacht krijgt, is blijkbaar belangrijk. Dit verklaart onder meer de introductiecampagnes voor een nieuw intranet: maak het belangrijk. Het is een mechanisme dat op de (niet zo) lange duur zichzelf uitput. Als het niet relevant is, zal het uiteindelijk wegzakken, hoeveel aandacht je het ook geeft. Maar in den beginne is aandacht een prima versneller. Dit mechanisme is niet alleen van toepassing op de omgeving als geheel, maar ook op iedere afzonderlijke bijdrage en reactie. Organiseer voor aandacht. Bedenk wat goede tijdstippen zijn om je bijdrage te posten en welke groepen er de meeste aandacht voor zullen hebben. Vraag je wel even af of het ook de aandacht verdient die je zoekt. Aandacht gaat immers altijd ten koste van iets anders.

We organiseren ons in groepen, omdat we gezamenlijk meer gedaan kunnen krijgen dan alleen. Iedere groep heeft een verhaal nodig om te kunnen bestaan en er is vrijwel altijd sprake van een zekere hiërarchie. Iets belangrijk maken gaat een stuk eenvoudiger wanneer het past binnen de groep. Dat kan met de inzet van toonaangevende groepsleden, in organisaties is dat vaak het hogere management, maar denk ook aan gerespecteerde experts en gangmakers.

Mensen inspireren met je visie & missie

Op de inhoud kun je proberen aansluiting te vinden bij het grotere verhaal van de groep, zodat mensen begrijpen hoe de bijdrage zich verhoudt tot het grotere geheel. Het grootste verhaal in een organisatie is de visie of missie van de organisatie. Dat is de verbindende droom waaraan in de ideale wereld iedereen een bijdrage kan en wil leveren. Wanneer je duidelijk weet te maken hoe wat je doet, aansluit op de visie en missie, kun je mensen inspireren.

Context bieden

Plus long que haut © Michel Desbiens, Flickr
Plus long que haut © Michel Desbiens, Flickr

Zonder context heeft niets betekenis. In het sociale ABC heb je met het Aantrekkelijk en Belangrijk maken in wezen al heel veel Context meegegeven. Toch is er nog een aantal tactieken die je kunt toepassen, die expliciet de context betreffen. Van framing tot de ‘common ground‘.

Framing

Framing gaat over taal­gebruik en kleuring, over de vrijheidsstrijder versus de terrorist, over weggegooid geld versus investeren in de toekomst. Daarmee is framing een krachtig mechanisme om je boodschap te kleuren.

Framing stelt je in staat de verwachting van de ander te richten. Als iets nog in ontwikkeling is, maak dat dan ook duidelijk in de bijdrage. Mensen reageren heel anders wanneer ze weten dat je er nog aan werkt, dan als ze denken dat je klaar bent. Een verwant mechanisme is priming: wie continu over geld spreekt, moet niet verbaasd zijn afgerekend te worden op efficiency in plaats van kwaliteit. Een derde in deze reeks is agenda setting: door bepaalde zaken wel te noemen en andere niet, kun je (deels) het gesprek een richting op sturen.

Maak je aannames expliciet

Wat onderscheidt een expert van een nieuweling? Wat onderscheidt de ene cultuur van een andere? Dat is de taal, de gedeelde geschiedenis en kennis. Een gebrek aan gemeenschappelijk referentiekader is zo niet de moeder van alle misverstanden, dan toch minstens een nabije verwante. Wie een project start, doet er daarom goed aan een gemeenschappelijke basis neer te zetten. Ga er niet van uit dat wat jij weet, automatisch bekend is bij de ander. Maak je aannames expliciet. Probeer daarbij zo kort, helder en duidelijk mogelijk te zijn. Zorg dat achtergrondinformatie en basisdocumenten makkelijk beschikbaar zijn.

We denken meestal in termen van het hier en nu, waarbij we ervan uitgaan dat de ander weet waarover we het hebben. Social media als Twitter en Facebook focussen zich ook op het nu. Maar Kennisdelen en samenwerken in een netwerk gaat net zo goed over het verleden en de toekomst, als over het nu. Mensen die later aanschuiven, willen kunnen nalezen wat er gebeurd is. Wanneer je van baan wisselt, wil je kunnen begrijpen wat je voorganger gedaan heeft. Probeer daarom in je bijdrages aan te sluiten op wat er zichtbaar vooraf gepubliceerd is. Wanneer een gesprek on- en offline gevoerd wordt, probeer dan online de acties en besluiten in ieder geval samen te vatten, zodat ook later nog het gesprek te volgen is.

Aandachtig communiceren

Deze strategieën voor verleiding gaan over het schone, het goede en het ware in onze online interacties met anderen. Het is een pleidooi voor aandachtig communiceren. Hopelijk helpen de tips je om, zowel in het kleine als in het grote, steeds je verhaal goed verzorgd te presenteren.

Origineel op Frankwatching:
Het sociale ABC: strategieën voor verleiding

Uit de oude doos

The art and politics of netporn

november 2005

Parking attendant, Anyang, China © V.T. Polywoda, Flickr
Parking attendant, Anyang, China © V.T. Polywoda, Flickr

Nine million bicycles in Beijing and every day 68 million search engine requests for pornographic material, making up no less than a quarter of all searches. Do you need a better reason to organize a critical conference on netporn? Never before was there a more profound encyclopedia on the sex life of humans as now on the internet. I don’t know what this means.

This is a problem with most of my blog entries. I see, but I don’t understand. It should all mean something and have an effect on individuals and the society at large. But it is the same as with violence on tv and in games. From research done so far, you expect to find clear results, indicating that we either become more or less aggressive. The problem with the human mind is that we are not that simple to predict. One will go left, the other will go right.

Perhaps it is Culture as such that determines the direction for society. As a group we need to position ourselves towards netporn. It is in the ethics that we can try to articulate a way to deal with it. Therefore, academic attention for netporn is a good thing. But even better is the mixture in this conference of art and academic research. In the end, netporn is a matter of politics and ethics.


BBC NEWSTechnology: UN predicts ‘internet of things’

november 2005

“Today, in the 2000s, we are heading into a new era of ubiquity, where the ‘users’ of the internet will be counted in billions and where humans may become the minority as generators and receivers of traffic.”

The internet is more and more becoming a Fast Food factory for the Brain. What can it learn when we tag all our stuff — even the food in the refrigerator, our children in the kindergarten and the quality of the Golden Gate Bridge? And what shall it learn from the upheaval that comes with this UN report? Most of the learning is done when you either experience something or talk about an experience. The UN report is certainly of interest to the Brain in the womb.


Hunters and gatherers

september 2005

I realized a while ago that my online behavior was nothing more than a repetition of ancient habits: downloading music has, in my case, all to do with hunting. I agree, there is no primary need involved that needs to be satisfied, but nonetheless, it really is hunting. I like to find my music on newsgroups, because it is too easy to go to Kaazaa or a bit torrent. Looking at the posts, searching for new stuff and being glad that more often than not, there is nothing I want to download. It is the fun of fishing (which I think is really really stupid, but then again, they breeze fresh air while I am locked behind my computer, so who is the stupid bastard?), of strolling down the swamps, of hiding behind trees and approaching a deer with the wind in your face.

Searching for free downloads really is my way of hunting. Today I was talking with a client about this internet behavior and it suddenly hit me in the face that the internet offers the same new playground for old habits to women. They are gatherers. So, downloading from the internet satisfies both the hunters and the gatherers.

In the virtual world, there is no distance. And the difference between going away for a while to hunt, and stay home to collect and build a community, disappears. Ancient habits in new forms — if the medium is the message, than men and women will become one. What do you say about that?


La jonquille. My Garden Of Hope.

september 2005

She’s a deeply spiritual, poetry-writing, extremely self-aware middle schooler who tries to brighten the lives of those around her with messages of love and hope. la jonquille. my garden of hope.

These are the kind of weblogs that makes you wonder what truth means in virtual life. The stories and insights of this weblogger who claims to be 13 year old, are so sugar-sweet and seem to be written by someone of at least 18 years old, that I just can’t stop thinking: this blog is a lie. But why? Do I not trust the true spirit of the young girl? Am I afraid of the ‘goodness’ of her thoughts? She makes me aware of the pitfalls of life: I have lost my dreams about and faith in humanity. She hasn’t — yet. And I can’t wait until she learns the lessons I have learned. Isn’t that awful? What is wrong with her flower power? I don’t know. A world molded by her would be a better place. Or not? I don’t know. And if she is not thirteen but thirty or even sixty — would that change my opinion on her weblog? I think in essence it doesn’t: I don’t trust her, because I think her garden of hope can’t and won’t be made by people. We are just not capable of doing it. ‘We’ include la Jonquille. But if anything is able to learn from her, that anything could make a better world.

La Jonquille turned out to be one of the founding mothers of the Super Brain. Her garden of hope became our Eden. She shared her love of colors, of music, of photos with us and taught us the meaning of being good. By her virtual life we learned to associate colors with love and words with hope.


  1. Verscheurd in richtingenstrijd – De Groene Amsterdammer

  2. Silicon Valley: Beyond Awesome | ZEIT ONLINE

  3. Marktwerking of marktfalen? – De Groene Amsterdammer

  4. Big Data, Big Misnomer