Geheugensteun voor boeken vanaf 2014

87 Boek&geheugensteunen door de jaren heen

  1. Józef Wittlin: Het zout der aarde

    In 1935 verscheen Het zout der aarde van de Pool Józef Wittlin. En nu geldt het als (her)ontdekt meesterwerk. Piotr Niewiadomski is werkzaam voor de spoorwegen in een afgelegen hoek van het Habsburgse rijk. Hij is arm, analfabeet en niet de slimste. Dan doet de keizer een beroep op hem. Kom dienen in het Habsburgse leger, want we zijn in (de eerste wereld)oorlog ). Wat een eer. Piotr gaat op reis naar zijn legioen, maar we ontdekken al snel dat er niets heroïsch is aan het leger. Hongaren, Tsjechen, Oostenrijkers en mensen uit allerlei andere landsdelen - verdeel en heers, maar zorg dat het eten goed is. Het boek eindigt waar de aftocht naar het strijdveld moet beginnen. Dan weet je als lezer al: dat gaat niet goed komen. Oorlog is een eigen theater, waar deze mensen niets te zoeken hebben. Maar dat boeit de heren niet. Wittlin gelukkig wel, hetgeen een boek oplevert wat mij ook weer deed beseffen dat ik wel heel erg weinig van de Oost- en Middeneuropese geschiedenis ken. Want wie vocht nu eigenlijk met wie samen en tegen wie dan?

  2. Konstantin Paustovski: De romantici

    Russischer dan Russisch - dit jeugdwerk van Paustovski (1892-1968) lijkt haast een requiem voor het romantische gevoel dat het individu lijdt door liefde en kunst. Je bent jong, verliefd op twee vrouwen (en zij op jou), de ene in Moskou, de andere bij de Zwarte Zee, je hebt vrienden, net als jij zonder geld, die samen met je nachtbraken en urenlang kunnen filosoferen over alles wat het leven te bieden heeft. En niemand is echt gelukkig. In het derde deel is er dan de oorlog, zo maar, uit het niets. Met paarden en treinen, met honger en regen, met eenzaamheid en een einde. Iets over de tsaar, over de ontevredenheid van het volk, de komst van het communisme? Niets, echt niets. Alsof het in de negentiende eeuw geschreven is. Navelstaren in de mooie traditie van Oblomov.

  3. Martin Walker: The Devil's Cave (dl 5)

    Het vijfde deel in de reeks rond inspecteur Bruno, en het gaat nog lang niet vervelen. De burgemeester die zijn eigen belangen en die van het dorp goed in de gaten houdt, Bruno die probeert de dorpsbewoners, binnen de kaders van wat toegestaan is, zoveel mogelijk te beschermen tegen de boze (buiten)wereld, ritjes te paard, veel Franse maaltijden en dan ook nog de oude Franse adel en een zweem van satanisme - wat Dick Francis (en zijn zoon) doen voor de paardensport, Sara Paretsky voor Chicago, doet Martin Walker voor het Franse dorpsleven: romantiseren terwijl de criminelen erom heen cirkelen.

  4. Haruki Murakami: Eerste persoon enkelvoud

    Bundel van verhalen, verschenen tussen 2018 en 2020, met weinig nieuws onder de zon. De bron pruttelt door, en er is voor liefhebbers nog voldoende te halen, maar als het niet was verschenen, was er weinig verloren gegaan.

  5. Peter Wohlleben: The Hidden Life Of Trees

    The Hidden Life of Trees – What they Feel, How they Communicate: Discoveries from a Secret World onthult natuurlijk al lang geen verborgen wereld meer. Sinds het verschijnen van het boek weten we allemaal dat ook bomen leven, sex hebben en voor hun kinderen en soortgenoten zorgen. Toch? Terwijl ik enthousiast mijn omgeving deelgenoot wilde maken van al die interessante feiten over de pijn van bomen, hun sociale gedrag en behoeften, en de wijze waarop wij ze communiceren, merkte ik een zekere irritatie bij de anderen. Moeten we nu ook al rekening houden met de gevoelens van bomen? Is het niet al lastig genoeg om dierenleed te voorkomen? Tja, het zal waarschijnlijk nog iets langer duren voor we ook rekening houden met de bomen in ons consumptiegedrag. Maar dat die tijd er ooit moet komen, dat maakt Wohlleben duidelijk.

  6. Lulu Miller: Why Fish Don't Exist

    Lulu Miller gaat op zoek naar houvast in een wereld die volgens haar vader geen zin bevat. Waar vind je dan houvast? In eerste instantie bij het verhaal van een man die een uitgebreide collectie dode vissen heeft verzameld, waarna bij een aardbeving alle potten kapot zijn en de man met naald alle dode vissen opraapt opnieuw labelt. Zo breng je orde in een chaotische wereld. Dan blijkt de man echter niet zomaar iemand te zijn (van zomaar iemand worden de verhalen vergeten...), maar de eerste directeur van Stanford University te zijn en, problematischer, een fervent aanhanger en wegbereider van de eugenetica. Beetje bij beetje wordt het beeld van deze David Starr Jordan zwarter en zwarter. Ondertussen vindt Miller zelf gelukkig wel een (beperkt) antwoord op de vraag naar de zin van het bestaan. En krijgen wij als lezer het antwoord op de vraag waarom vissen (als soort) niet bestaan.

  7. Jens Christian Grøndahl: Portret van een man

    De titel zegt alles, tenminste als je 'de man' specificeert tot een middenklasse man uit West-Europa. In de jonge jaren een idealist die zich wil verzetten, als veertiger een gescheiden man die niet verlangt naar nogmaals huisje, boompje, beestje en eigenlijk best blij is als alleengaande leraar en als startend zestiger zich bewust van de ouderdom. Met tijdens elk tijdvak een tweede figuur die het verhaal vaart geeft: een stervende moeder, een Servische leerling (en vluchteling) en een jonge fotografe. Met daarbij steeds weer mooie dialogen en observaties. Ja, Grøndahl doet met Portret van een man in alles zijn titel eer.

  8. Yoko Ogawa: De geheugenpolitie

    Al vrij snel in De Geheugenpolitie van Yoko Ogawa had ik me een oordeel gevormd: een eendimensionale roman waarin 1 enkel concept tot in de raarste uithoeken gevolgd wordt. Alhoewel ik de poging waardeerde, vroeg ik me af waarom het concept zich niet beperkte tot een mooi afgerond verhaal van pakweg 80 pagina's. Gaandeweg wist ze me echter te overtuigen dat haar strakke regie waarin inderdaad geen enkele ruimte was voor iets anders dan dit ene concept, toch de ruimte verdiende.
    Het concept op zich is dystopisch: men neme een eiland waarop de onzichtbare machthebbers dingen kunnen laten verdwijnen. Op een dag verdwijnen de rozenblaadjes, op een andere dag de boeken, de vogels, en zo gaat het maar door. Het verdwijnen is totalitair: iedereen vernietigt de eigen boeken, vogels, rozen en wie daar niet aan mee werkt, wordt opgehaald door de geheimzinnige geheugenpolitie. Niet alleen fysiek verdwijnen de dingen, ze verdwijnen ook uit het geheugen. Men weet niet meer wat men mist. Eventuele gevoelens, smaak, herinneringen - foetsie, weg, verdwenen. Althans bij de meesten. Wat ervoor in de plaats komt: een soort witte sneeuw, een ruis. En daarmee gaat het concept uiteindelijk over veel meer dan een totalitaire machtsstaat. Of over de cancel-cultuur. Het gaat plots ook, zonder er een woord vuil aan te maken, over Alzheimer, over oud worden en vergeten. Als eenmaal alles vergeten is, zijn de mensen die niet kunnen vergeten, plots weer vrij om te gaan en staan waar ze willen.
    Is daarmee het hele boek gered? Daarvoor blijft mijn kritiek overeind dat het een wel erg eendimensionaal verhaal is, waarin geen plaats is voor mooie zinnen of filosofische overwegingen. Als experiment is het echter wat mij betreft geslaagd. Ze maakt het verlies van het geheugen op een pijnlijke en verrassende manier tastbaar.

  9. Steffanie Strathdee: The Perfect Predator

    Onbedoeld krijgen Steffanie Strathdee en haar man Thomas Patterson een inkijkje in de post-antibiotica-wereld, als hij een superbug oploopt. Wat volgt is een waargebeurde thriller, waarbij uiteindelijk een groep bacteriofagen te hulp geroepen moet worden om Patterson te redden. Beiden zijn medisch geschoolde wetenschappers, waardoor het verhaal een imposante mix is tussen medische geschiedschrijving en persoonlijk drama. Bovenal is het een alarmerend verhaal waarin bacteriën die resistent zijn tegen (vrijwel) alle antibiotica, verlekkerd uit ziekenhuisramen kijken om te zien wie ze nu weer als lekker hapje voorgeschoteld krijgen. Tel deze door mensen veroorzaakte ramp op bij de opwarming van de aarde en je kunt niet anders concluderen dan dat we er een enorme puinhoop van maken. Waarbij mensen wereldwijd gelukkig ook kunnen samenwerken om het bijna onmogelijke mogelijk te maken. Zoals de strijd tegen de perfect predator laat zien.

  10. Patti Smith: Year Of The Monkey

    Literair én autobiografisch: Year Of The Monkey, biedt, net als eerder M Train, een meanderend beeld van de wereld van Patti Smith. Droom en werkelijkheid glijden moeiteloos in elkaar over en de melancholie voor een wereld die er niet beter op wordt met vrienden die langzaam wegglippen, spat liefdevol van de pagina's.

  11. J.J. Voskuil: Ik ben ik niet

    Een voortreffelijker voorwoord voor een postuum uitgegeven verzameling van recensies uit de jaren 50 van de 20ste eeuw van de hand van Voskuil, is niet te bedenken. 80 pagina's is huisvriend Detlev van Heest in gesprek met Lousje Voskuil en haar herinneringen aan de Han Voskuil van de jaren 50. Heerlijk dicht op de huid van de altijd wat lullige werkelijkheid, waarin Lousje en Detlev samen eten (en vooral drinken) en wandelen. En dan de kritieken van Voskuil op vergeten schrijvers uit voornamelijk Duitsland en zijn nog steeds actuele beschouwingen over Kafka (omdat Kafka zelf nog gelezen wordt). Voor liefhebbers zit er voldoende Voskuil in de kritieken, om er van te genieten. Persoonlijk werd ik getroffen door een observatie bij een bespreking van het verzameld werk van Robert Musil:

    "Terwijl hij de anderen in intelligentie verre de baas wordt en de domheid in hun zekerheden doorziet, vindt hij toch niet de moed zichzelf daartegenover te stellen. Zijn strijd tegen de bedriegers krijgt het karakter van een indirect bewijs. Het is een strijd om de macht, omdat macht erkenning inhoudt en erkenning het recht geeft om jezelf te zijn."
    Ben ik de enige die zich hier niet van bewust was, maar nu ik het lees, dit mechanisme direct herken?

  12. Amanda Petrusich: Do Not Sell at Any Price

    De volledige titel is Do Not Sell at Any Price; The Wild, Obsessive Hunt for the World's Rarest 78Rpm Records. En hiermee is het verhaal van Amanda Petrusich boek in een notendop samengevat. Wat je dan mist: alle sappige details, de verhalen van niet alleen de verzamelaars van latere jaren, maar ook over de makers van de muziek uit het begin van de vorige eeuw, toen de meeste 78 toerenplaten zijn gemaakt. Over Albanese folkmuziek en country blues, over mensen van wie slechts 1 foto bekend is, of die misschien maar 5 nummers hebben opgenomen. Zeldzame muziek, kwetsbare platen en altijd weer de hoop op nieuwe schatten uit het archief. Muziek waarvan de boekhouding van de platenmaatschappijen zegt dat ze bestaan hebben, maar is er nog iemand die een plaat heeft staan? Of is inmiddels alles gevonden, dan wel kapot gevallen, bij de stort gebracht, of in het water gesmeten? Een boek vol passie.

  13. Frida Vogels: De vader van Artenio

    Met 'De vader van Artenio' is er gelukkig weer iets nieuws te lezen van Frida Vogels. Het is een mooie novelle over haar schoonvader en tevens een fijne introductie op haar dagboeken. Door de focus op haar schoonvader en zijn plek als buitenstaander in de familie van haar schoonmoeder, blijft haar eigen getob grotendeels buiten beeld. Het geeft, zonder dat ze daar met een woord over rept, wel een mogelijk (en waarschijnlijk) antwoord op de vraag waarom Ennio, haar man, ooit voor Frida is gevallen. Het voorbeeld dat hij van zijn ouders heeft gekregen, reproduceren hij en Frida op hun eigen manier. Maar om dat te weten te komen, moet je de dagboeken lezen.

    Daarover gesproken, wat blijft het toch zonde dat we moeten wachten op haar dood, voordat de resterende dagboeken mogen verschijnen. Met deze novelle maakt zij (of de uitgever) in ieder geval duidelijk dat ze nog steeds meer dan de moeite waard is om te lezen.

  14. Hiromi Kawakami: The Nakano Thrift Shop

    Sayaka Murata's "buurtsupermens" maar dan weer net even anders: de tweedehandszaak bij Hiromi Kawakami is minstens zo'n nietszeggende microkosmos van het leven. Waarom de mensen doen wat ze doen? Wat hun ambities zijn? Of ze die überhaupt hebben? Je krijgt er geen hoogte van. Zelfs de liefde komt er nogal bekaaid vanaf. En toch zindert het van het leven - niet het hoogstaande, stadse leven. Niet het boerse, bijna sektarische leven. Maar gewoon het leven van, je zou bijna zeggen, Henk en Ingrid. Van mensen die hun leven leven, omdat ze nu eenmaal geboren zijn. En daarin met elkaar eenzaam zijn. Zonder plot, zonder doel. Kawakami is erin geslaagd dit zo te beschrijven dat het mooi wordt, invoelbaar en vooral ook respectabel. Wat jammer dat haar boeken nauwelijks vertaald zijn in het Nederlands.

  15. Julietta Henderson: De goede grap van Norman Foreman

    Een lichtvoetige roadtrip waarin comedy centraal staat. Terwijl de twaalfjarige komediant totaal geen grappen kan vertellen (zijn timing is rampzalig), zijn beste vriend zojuist overleden is, hij lijdt aan een vreselijke huidziekte, waarbij korsten zich vormen en weer afvallen alsof het continu hagelt, en hij bovendien dan wel gek is op zijn moeder, maar die twijfelt zelf zo aan haar kwaliteiten dat er niets uit haar handen komt. Toch zijn ze op weg naar Edinburgh Fringe om op te treden, en onderweg ook nog uit vinden wie nu eigenlijk zijn vader is. Gedurende de reis worden ze bijgestaan door een gepensioneerde oud-militair die zijn eigen geheim meedraagt. En maken ze vrienden. Een fijn boek, met een stijl waaraan ik steeds opnieuw als ik het oppakte, even moest wennen. In drie dagen gelezen - dus zo vaak hoefde ik niet te wennen.

  16. Marc van Dijk: Het wonder van betekenis; op zoek naar geluk en wijsheid met Paul van Tongeren

    Paul van Tongeren is de nieuwe Denker des Vaderlands. Dit boekje introduceert de filosoof, in zoverre dat nog nodig is, bij het grote publiek. Het is een lang interview, tot stand gekomen tijdens een verblijf op Kreta tijdens de corona, waar Van Tongeren een cursus over Aristoteles en het geluk gaf. Hij laveert in zijn filosofie tussen Aristoteles en Nietzsche, twee denkers die niet tot 1 verhaal te reduceren zijn. En zo is het ook met geluk - geen reductionistisch betoog over hoe je gelukkig kunt worden, maar een gereedschapskist om te spreken over geluk. Het belangrijkste: geluk is het hoogste doel, in die zin dat je bijvoorbeeld niet kunt zeggen: Ik wil gelukkig en rijk zijn. Blijkbaar maakt rijk dan deel uit van geluk. Het likken aan een ijsje als voorbeeld van geluk wordt daarmee ook op zijn plaats gezet. Je kunt er wel plezier aan beleven, maar is het ook het hoogst haalbare? Nee, het hoogst haalbare is, volgens Aristoteles, optimale zelfverwezenlijking. Waarbij je erkent dat je als mens onderdeel bent van de samenleving. En Nietzsche dan? Daarvoor zal ik Het wonder van betekenis nog een keer moeten lezen.

  17. Enrique Vila-Matas: Montano's Malady

    Ten diepste postmodern zoals ik het altijd begrepen heb - feit en fictie, meta & het alledaagse, over literatuur en het leven, over literatuur in het leven, over het leven van literatuur, over literatuur als leven. Met Musil, Hamlet, Kafka, Emily Dickinson, Borges (natuurlijk Borges). Over de problemen die ontstaan als je het leven enkel nog via de literatuur kan leven. En tegelijkertijd de briljant Borgesiaanse fantasie een geschiedenis te schrijven van de historie in de literatuur.

  18. Ann Heberlein: Hannah Arendt: Over liefde en kwaad

    Een wat teleurstellende biografie van Hannah Arendt, mijn favoriete filosoof. Ann Heberlein heeft de juiste geloofsbrieven om van de biografie een verdieping op het denken van Arendt te maken - zelf filosofe, een traumatische ervaring die ze op filosofische wijze een plek heeft kunnen geven. Dan is het jammer dat er een wat vaal en vlak beeld van Arendt naar voren komt. Heberlein geeft context aan Ahrendts denken, ze probeert Eichmann een plek te geven, en haar relatie met Heidegger. Voor wie Arendt niet kent, is het een vlot geschreven introductie op haar werken en haar leven. Juist echter omdat Arendt nog wel eens behoorlijk hermetisch kan denken en schrijven, had ik graag iets meer duiding en verdieping gelezen over al die concepten waarover zij zich heeft gebogen. Misschien is het als met een "best of", je mist juist dat wat je dierbaar is.

  19. Hanna Bervoets: Alles wat er was

    Na 'de knal' zitten 8 mensen opgesloten in een schoolgebouw. Ze kunnen niet naar buiten, ze mogen zelfs niet naar buiten kijken. Wat doet dat met een gezelschap dat bij elkaar was gekomen voor een tv-opname? Voor- en achteruit springend door de 145 dagen heen, blijven we steeds in het hoofd van Merel, een niet bijster reflectieve tv-redactrice. Een fascinerend gedachte-experiment, dat dicht bij de oorspronkelijke inzet blijft: wat doet het met Merel en de anderen om opgesloten te zitten, met veel te weinig voedsel en geen internet of tv?

  20. Jon Fosse: Aliss At The Fire

    Het woord ‘meanderen’ is uitgevonden voor de zinnen van Jon Fosse in deze roman over verlies van dierbaren in de grootse eenzaamheid van de Noorse natuur. Zinnen hervatten zich voor de punt bereikt is, lopen door tijden en generaties heen en nooit is er een ander perspectief dan dat van degene die aan het woord is. Sowieso is het hard zoeken naar een verhaal, er is eerder sprake van een meanderend schilderij vol donkere tonen. Mooi. Als je de rust in jezelf hebt.

  21. Gianfranco Calligarich: De laatste zomer in de stad

    Een herontdekte Italiaanse cult-klassieker uit de jaren 70 - al had ik dat tijdens het lezen eigenlijk niet door. Het is in die zin tijdloos. Over een nihilistische twintiger die in de liefde, vriendschap en de alcohol het ware leven probeert te vinden. Gevat in droge observaties en uitgebreide sfeerbeschrijvingen van een nooit helemaal perfect Rome, is het fijn leesvoer. Maar of ik iets gemist had, als het niet herontdekt was? Dat gevoel heb ik dan weer niet.

  22. Anne Boyer: The Undying

    Anne Boyer won met dit boek in 2020 de Pullitzer price in general non-fiction. The Undying heeft als ondertitel Pain, Vulnerability, Mortality, Medicine, Art, Time, Dreams, Data, Exhaustion, Cancer, and Care. De ondertitel is in zijn rauwe opsomming van de feiten, perfect gekozen.
    Anne Boyer is gelukkig een dichteres. Elk van deze thema's bestookt ze met woorden, met onderzoek, met feiten, met gevoelens van boosheid (over het kapitalisme en de zieke wereld van big farma, de alternatieve geneeskunde en werkgevers), eenzaamheid (een alleenstaande moeder die nog zoveel boeken wil schrijven, nog zoveel wil meemaken) en pijn (niet eerder heb ik zo'n wrede beschrijving van (de gevolgen van) chemotherapie gelezen).

    Wees gewaarschuwd: Wie het leest, zal nimmer nog onbevangen een ziekenhuisbehandeling kunnen ondergaan. Gruwelijk beschrijft Boyer, bij wie een agressieve vorm van borstkanker wordt geconstateerd als ze veertig is, de uitvallende haren en tanden, maar in die woede zit veel opstandigheid, waardoor de absurditeit van het leven in al haar bizarre trekken langs komt. Terwijl Boyer met heel veel moeite de eindjes aan elkaar kan blijven knopen (door zo ongeveer direct na de amputatie van haar borsten weer les te geven, want het zorgverlof is na de chemo volledig op), beschrijft ze zakelijk de commercie achter Pink Ribbon. Venijniger wordt ze als het gaat over de impliciete boodschap van Pink Ribbon. Iemand die kanker overleeft een strijder en een held noemen? Wat maakt dat dan van al die doden? Nee, kanker treft je en je kunt er verdomd weinig aan doen. Als je zo goed kunt schrijven als Anne Boyer, kun je wel proberen om woorden te vinden die wat persoonlijk en uniek is, openbaart en kenbaar maakt voor de wereld.

  23. Siri Hustvedt: De vlammende wereld

    Lees de recensie op Tzum voor de positieve keerzijde van deze verwarrende roman. De roman is een ambachtelijk meesterwerk. Vanuit verschillende perspectieven en in verschillende vertelstijlen krijgen we het verhaal te horen van Harriet Burden, een niet zo sympathieke vrouw die het kunstwereldje overhoop wil schoppen. Ze toont haar kunstwerken aan de wereld via drie mannelijke kunstenaars. Bij de laatste gaat het mis: hij ontkent dat zij de schepper is.

    Alles aan de roman is perfect gecomponeerd. Waardoor ik als lezer mij nauwelijks betrokken voel. En ergens heb ik het idee dat zelfs dat feit onderdeel is van de opzet van Hustvedt. Pas in het allerlaatste hoofdstuk, waarin een zweverig type het leven van Harriet Burden afhecht, voel ik me emotioneel betrokken. Schrijven als ambacht: 100% geslaagd. Schrijven als spel: grotendeels geslaagd. Maar vraagt een spel niet ook om plezier, niet alleen van de schrijver, maar ook van de lezer? Daar ging het bij mij vanaf de eerste pagina niet goed. Zoals ik zei: een verwarrend boek.

  24. George Gissing: De intieme geschriften van Henry Ryecroft

    Alhoewel verschenen in de reeks van Privédomein en nauw verweven met het leven van George Gissing, is hier wel degelijk sprake van fictie: al is het maar om het kalme leven dat Henry Ryecroft leidt, met dank aan een weldoener die hem voldoende heeft nagelaten om te kunnen genieten van de kleine geneugten van het leven: de Engelse keuken, de boeken, de natuur; en om te kunnen stilstaan bij het nakende verlies: van het Engelse door de industrialisering (het boek is rond 1900 geschreven), van het eigen leven (maar gelukkig is er niemand die daar een traan om zal laten, zoals Ryecroft in volle tevredenheid mededeelt) en van het schrijverschap, want is het schrijven om het moeten schrijven, het schrijven om den brode, tenslotte niet een smet op de gemiddelde mens? Juist dat besef, dat je als schrijver dan wel je stem wilt laten horen, maar niet kunt verwachten dat de ander daarop zit te wachten (anders dan bij een bakker vraagt niemand naar de dichtstbijzijnde schrijver), maakt het boek bij tijden een trieste kanttekening bij het bestaan van de mens: geboren om te sterven, en wie wacht er op je?

    George Gissing is een van de favoriete auteurs van Geerten Meijsing, die dit boek dan ook heeft vertaald en van een nawoord voorzien. Wie het leven en de filosofie van Meijsing legt op die van Gissing, ziet veel overeenkomsten. De meest in het oog springende: Zie mij aan, ik kan niet anders dan aan mijn eigen idealen vasthouden. Er is geen andere weg dan deze. Op een bepaalde manier is dat een troostrijke gedachte: het verzoent je met het vaak teleurstellende antwoord op de verzengende vraag: Is dit alles? Ja, dit is alles. En ook na ruim 100 jaar is De intieme geschriften van Henry Ryecroft nog steeds prachtig.

  25. Cilla & Rolf Börjlind: Olivia Rönning dl 5: Koud Vuur

    Maatschappelijke thema's (van #MeToo en pedofilie tot de Rohingya), een spannend decor, maar vooral ook de ontmoeting met de vertrouwde karakters van Olivia, Tom, Mette en de anderen maken het tot een heerlijke pageturner. Tip: begin wel bij deel 1, anders zijn die zo vertrouwde karakters misschien best raar.

  26. Dirk Jan Roeleven: De laatste reis van de Boswachter

    Een ode aan de Subaru Forester en een verhaal over het verdriet van geen-kinderen-kunnen-krijgen. Roeleven en zijn vrouw, Hester van der Vliet (mede-auteur) brengen, na 500.000 kilometer op de teller, de Boswachter terug naar Japan. Beide komen ze uit de mediawereld en nemen nu, op hun 55ste, een soort sabbatical. Als je bedenkt waar ze allemaal zijn geweest, valt het reisverhaal wat dun uit. Weinig observaties die verder reiken dan wat ik vanuit huis ook zou kunnen bedenken. En het verdriet om het kinderloos blijven - het maakt met name duidelijk dat dit een hele individuele beleving is. Als buitenstaander is het bieden van een luisterend oor belangrijker dan troosten of het angstvallig vermijden van het onderwerp. En toch bleef er bij mij iets knagen - ik heb niet het gevoel deze twee mensen ook maar iets beter te hebben leren kennen. Of wellicht valt er niet meer te leren kennen.

  27. Vasil Grossman: Alles stroomt

    Kan de Rus ooit werkelijk vrij zijn? Of is zijn lot eeuwig onvrij te zijn? In Alles stroomt houdt Grossman een pleidooi voor het belang van vrijheid voor de mens. En laat zien hoe eerst Lenin en vervolgens Stalin in de traditie staan van De Staat die belangrijker is dan de mens. Een triest relaas dat zonder veel fantasie zo naar Poetin doorgetrokken kan worden. Dus toch een Russische ziel? Daar toont dit boek helaas te weinig van: het persoonlijke is beperkt, het essayistische overheerst. In Leven & Lot heeft Grossman dat gelukkig recht gezet.

  28. Elliot Ackerman: 2034

    Het is 2034 en Amerika heeft niet opgelet. China is ze ver voorbij gestreefd in cyberintelligentie. Verder dan China zelf zelfs verwacht had. Het is tijd om de Zuid-Chinese zee te claimen, vinden de Chinese machthebbers. Uit onmacht kan Amerika uiteindelijk alleen met een kernwapen wraak nemen. Escalatie ligt op de loer. India probeert erger te voorkomen. Ondertussen grijpen Iran en Rusland de mogelijkheid om hun eigen belangen in de chaos te dienen. En Europa? We doen niet mee. We lijken niet te bestaan. Hetgeen illustreert wat Amerikanen van de nabije toekomst verwachten. Een nietig Europa, een verdeeld Amerika en een machtig China, met India als goede tweede. 2034 is een coproductie van admiraal Stavridis en een oorlogsveteraan en schrijver, Elliot Ackerman. Het lijkt met name een poging Amerika wakker te schudden.

  29. Raynor Winn: The Wild Silence

    The Wild Silence, het tweede boek dat begint waar The Salt Path eindigt, is zo bevredigend: het geeft antwoord op alle vragen die je jezelf stelt na het dichtslaan van The Salt Path: Konden ze weer aarden in een huis (antwoord: dat duurt zeker voor Ray een hele poos)? Hoe is het nu met Moth, haar man en zijn ziekte (wisselend, maar het helpt als er fysiek gewerkt moet worden)? Hoe is het om succes te hebben en hoe kom je daar (gewoon heel goed zijn, en geluk hebben)? Het geeft een enorme voldoening dat een teruggetrokken leven met plotselinge tegenslag, zoveel herkenning en waardering kan krijgen. Je hoeft geen influencer te zijn om gezien te worden. The Wild Silence is prachtig, ook als je The Salt Path (nog) niet hebt gelezen.

  30. Raynor Winn: The Salt Path

    Het verhaal van een echtpaar dat door een verkeerd gelopen investering (en vriendschap), plots zonder huis is. En in dezelfde week te horen krijgt dat de al jaren zeurende malheur van hem een ongeneeslijke hersenziekte is. Tja, wat doe je dan? Lopen. Heel veel lopen. Dag in, dag uit, al illegaal wildkamperend op het South West Coast Path door de zuidpunt van Engeland. 1000 kilometer om de vreselijke waarheid te verteren, 1000 kilometer om een nieuwe toekomst eerst uit de weg te gaan, maar uiteindelijk te kunnen vinden. Ik heb al aardig wat boeken gelezen over lange-aftsandswandelingen, maar nog nooit vanuit het perspectief dat er geen geld en geen huis is om naar terug te keren als het even tegen zit, de regen en de kou te heftig zijn, een voedselvergiftiging in de weg zit of een lichaam door hersenziekte niet wil opstarten. Geen huis hebben om op terug te vallen, is de ene kant van het verhaal. Iedere dag met en in de natuur zijn, gewoon de ene voet voor de andere plaatsen - dat is de positieve keerzijde. Een sterke mix, waarvan je hoopt dat je het nooit overkomt - huisloos met het stigma van de samenleving dat je gratis erbij krijgt. Op naar het vervolg op dit verhaal, dat onlangs is verschenen: De wilde stilte.

  31. Dorothy Carvello: Anything For A Hit

    Wat een gestoorde wereld is het. Niet enkel die van de music business, maar overal waar macht en geld regeren, en mannen de dienst uit maken. 'Anything for a hit' van Dorothy Carvello is een ander perspectief op dezelfde wereld waar Anne Glenconner over schrijft in 'De hofdame'. Een lelijke wereld van sex en dominantie. Als de meeste mensen deugen, zoals Rutger Bregman denkt, dan is de keerzijde daarvan: maar er blijven er genoeg over om de wereld te regeren. Carvello beschrijft de muziekwereld van vooral de jaren 80 en 90, van Atlantic Records met Ahmet Ertugen en vele andere respectloze perverse mensen. Ze verschoont zichzelf niet, maar impliciet is het een grote oproep tot #Metoo (ze schreef het voor de beweging op kwam). Lees Carvello, lees Glenconner, en lees 'She Said' van Kantor en Twohey. Dan is elk maatschappelijk medelijden met de man die 'zijn' wereld ziet instorten onbegrijpelijk: dit gedrag gaat alle perken te buiten.

  32. Carl Friedman: Twee koffers vol

    In de kerstdoos van Van Oorschot (50 euro aan willekeurige boeken uit de kelders van de uitgever), trof ik onder meer deze korte roman aan. Over een joodse jonge studente in Antwerpen die als kindermeisje aan de slag gaat in een chassidisch gezin. Ze raakt verknocht aan het middelste kind, Simcha. Ze heeft verder eigenlijk nauwelijks een band met wie dan ook. En uiteindelijk wisselt ze van studie. 'Twee koffers' moet het hebben van een joods couleur locale dat we meekrijgen, zoals we dat ook kennen van bijvoorbeeld Chaim Potok. 'Twee koffers' deed me ook denken aan Maarten 't Hart: een religieuze wereld waarmee afgerekend moet worden. Maar dan wel van binnenuit, met kennis van alle zeden en gebruiken.

  33. Tinneke Beeckman: Machiavelli’s lef

    Voor de eeuwige wederkeer van de menselijke stupiditeit zijn altijd maar enkele generaties nodig. Alle ellende is al eerder langs gekomen. En beschreven, opdat we ervan kunnen leren. IJdele hoop, blijkbaar. Beeckman herstelt het gedachtengoed van Machiavelli in ere. Dat lijkt me helemaal terecht. En waarschijnlijk ook wederom nutteloos voor de mensen die tot de elite behoren. Machiavelli beschouwt de maatschappij als de botsing tussen het volk en de elite. De ware wijsheid schuilt in degene die vanuit beide perspectieven de wereld bestuurt. Begrijpelijk dat Beeckman Machiavelli toegankelijk maakt voor een nieuwe generatie. Maar ook een beetje om moedeloos van te worden - het is niet dat we niet beter weten, dat we het nu weer verkloten.

  34. Alessandro Barrico: Mr Gwyn

    Een plotloos verhaal met een plot - dat plaatst de recensent voor problemen. Is het plot nu zo flinterdun dat het je ontglipt? Of is het de auteur niet gelukt het beoogde plot op papier te krijgen? Het is in het geval van Mr Gwyn in ieder geval een terechte vraag - tenslotte zet Baricco hoog in. Na enkele succesvolle boeken geschreven te hebben, wil Gwyn een portretschrijver worden. Niet meer een verhaal, maar doordringen tot de essentie van een uniek mens door deze te laten poseren in Gwyns atelier. Met te verwachten gevolgen. Een fijne Baricco. Het boek past in een traditie van schrijvers die eigenlijk willen schilderen. Denk aan Murakami met Moord op Commendatore of Hannah Roels met Het portet. Je zou er een studie van kunnen maken. Volg vooral ook de link naar de hartverwarmende lezing van de vertaalster, Manon Smits.

  35. George Simenon: De anderen

    'Georges Simenon is een van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw. Dat moeten we steeds weer herhalen, stelt Bas Heijne vast, want dat dreigen we kennelijk steeds weer te vergeten." Deze oproep in De Standaard (via Blendle) deed me nog eens kijken naar de meer dan 20 pockets van Simenon die we in de kast hebben staan. Naast de Maigrets (die ik toch vooral graag tot me neem via de reeks DVD's met Bruno Cremer in de rol van Maigret), hebben we ook een flink aantal van zijn psychologische Zwarte Beertjes in de kast staan. Waaronder dus 'De anderen'. Behorend tot de grootsten? Tja, ieder zijn jeugdig enthousiasme. Maar het is zeker fijn leesvoer voor de naar Frankrijk hunkerende geest. Een ietwat eenzelvige tekenleraar, niet geliefd bij de leerlingen, heeft een oom die de luister van (een deel van) de familie voortzet. Tot hij sterft en de erfgenamen zich roeren. Het is vooral een schets van een uit elkaar gevallen familie, waarbij met subtiele pennenstreken hele verhalen aangestipt worden.

  36. Anne Glenconner: De hofdame: Mijn bijzondere leven in de schaduw van de Britse kroon

    Een bijzonder rijk, raar, bizar en absurd leven, beschreven in een armzalige stijl (ligt dit aan de vertaling of aan de schrijfster?). Dat zoveel verhalen in een leven passen - ik weet niet of je daar nu jaloers op moet zijn... In ieder geval met veel nuchterheid verteld, wat de hofdame tot een zeer sympathiek persoon maakt. Natuurlijk voor liefhebbers van The Crown. Maar ook, zoals ik, voor mensen die liever een keer over de Britse adel lezen dan er weken naar kijken.

  37. Annie Ernaux: De jaren

    Een boek, dat zoveel jaren na verschijnen, plots met superlatieven wordt overladen... Dat klinkt als een hype en schept in ieder geval hoge verwachtingen. In eerste instantie was ik wat teleurgesteld. De auteur schetst met ferme penseelstreken haar jeugd van vlak na WOII. En in deze techniek volhardt ze tot ze bij haar heden is aangeland (het is dan inmiddels 2008). Het boek moet het eigenlijk volledig van de herkenning hebben - Ernaux reikt je continu een flard verleden aan, gecombineerd met haar beleving ervan. Aan jou als lezer is het een impliciete uitnodiging om je eigen herinnering erbij te pakken. Zodra Ernaux dan ook aankomt bij de tijd waar ik zelf beelden bij heb, blijkt het een hele verleidelijke (en razend knappe) strategie. Ondertussen leer je haar ook beter kennen, en krijgt ook het verleden meer contouren. De angst als meisje voor zwangerschap - je realiseert je opeens weer hoe revolutionair de pil was. En zo is er nog veel meer in hele korte tijd veranderd. Voor wie daar bij stil wil staan, is het boek verplichte kost. Eigenlijk vraag ik me af: voor wie niet? Ok, als je niets met Frankrijk hebt, kan het soms wat gedateerd aanvoelen. Mitterand, de Tour de France, ze kleuren vele jaren in het leven van Ernaux.

  38. Haruki Murakami: Ten zuiden van de grens

    Met de overbekende ingrediënten (jazz, een- en minzaamheid, liefde op afstand) steeds weer een betoverend verhaal vertellen - een typische Murakami, dit keer zonder magisch-realisme. Wat me in mijn korte leesimpressies van Murakami opvalt, is hoe vaak ik het typisch Murakamische benoem. Het is een schrijver met zijn eigen typerende stem, die enkel de eerste keer echt verrast. Daarna is het als de muziek van Sade of de fado - stijlvol en -vast. Het gaat niet vervelen, en je kunt er op vertrouwen.

  39. Pierre Michon: De hengelaars van Castelnau

    Dun maar intens - onderwijzer komt als 20-jarige op zijn eerste school in de uithoeken van de Dordogne, vlakbij de grotten van Lascaux en raakt betoverd door de eigenaresse van le tabac. En kan er geen vorm aan geven. Enerzijds de charme van de detectives rond Bruno Walker van Martin Walser, anderzijds de typische erotische broeierige sfeer van de Franse literatuur uit de 20ste eeuw.

  40. Mieko Kawakami: Breasts and Eggs

    Een ongepolijst Japan staat centraal. Armoede, alle verwachtingen rond en eisen aan de vrouw in het gezin als hoeksteen van de familie, verteld vanuit het perspectief van een arme, alleengaande, talentvolle schrijfster die walgt bij de gedachte aan sex - best onhandig als je uiteindelijk dolgraag je eigen kind zou willen ontmoeten. Dus volgt er een zoektocht naar donors voor kunstmatige inseminatie, gesprekken met donorkinderen met een onvergetelijke scene waarin een donorkind ouders verwijt kinderen te nemen puur voor zichzelf. Want, zo vraagt ze, als een op de tien kinderen alleen maar pijn, pijn, pijn, lijdt, hoe rechtvaardig je dat? Maak je de kinderen die diep in slaap zijn wakker, als je weet dat er negen blij zijn en een, zodra deze wakker is, alleen maar intense pijn heeft? Of laat je ze dan liever allemaal slapen?

  41. Julio Cortázar, Carol Dunlop: De Autonauten van de Kosmosnelweg

    Waarin Julio Cortazar en Carol Dunlop het plan opvatten om alle parkeerplaatsen langs de Route du Sud (Parijs - Marseille) te bezoeken met hun rode VW bestelbusje, de snelweg nooit te verlaten en per dag niet meer dan twee parkeerplaatsen te bezoeken. Een expeditie van 34 dagen, met alle gevaren die erbij komen kijken, beleefd vanuit de Gebloemde Griezels (de tuinstoelen), Fafner (hun rode draak van een VW bestelbus) en met tederheid en humor, heel veel humor, en een heerlijk absurdisme beschreven. Het ultieme reisboek, waar geen beklimming van de Himalaya, geen zeetocht naar de Zuidpool, geen ultramarathon door de Sahara tegen op kan. In 2014 voor het eerst gelezen. Herlezen in 2021.

  42. Hiromi Kawakami: The Briefcase

    Eerste keer in 2015 gelezen onder de titel The Briefcase. Tweede keer in 2021 onder de titel Strange Weather in Tokyo. Waardoor het toch even duurde voordat ik doorhad dat het niet een boek in een bekende stijl was, maar gewoon hetzelfde prachtige boek. Japanse eenling drinkt graag sake in een bar en ontmoet daar haar inmiddels gepensioneerde leraar van de middelbare school. Zij is ruw en vermijdt iedere intimiteit, hij galant en zeer gepolijst. Samen is het goed drinken. Langzaam glijden ze in wat je een relatie zou kunnen noemen.

  43. Janna Levin: Black Hole Survival Guide

    Zwarte gaten zijn lang niet zo eng als ze lijken - ze zijn anders dan donkere stegen, die door het onverwachte en ongeziene, angst aanjagen. Wat we inmiddels allemaal wel niet weten over zwarte gaten - het is onvoorstelbaar. Levin neemt je mee in de laatste stand van zaken. Er blijft nog voldoende te onderzoeken over. Gelukkig maar. Dan kunnen we over een jaar of zes weer een nieuw boek tegemoet zien.

  44. Zadie Smith: Feel Free

    “Here is Smith, coolly appraising, connoisseurial, discerning; and here she is, too, the book nerd, the culture geek, reading, hearing and seeing, occasionally dizzied by her own place among all these works of art, and dying to talk to somebody about it.” Zegt The Guardian in een review in 2018. Perfecte beschrijving.

  45. Vasco van der Boon: Vastgoedfraude

    Verbijsterend (als het inmiddels niet zo bekend was) relaas uit 2012 over de Klimopfraudezaak uit die in 2007 leidde tot een ochtend vol arrestaties. Het maakt weer eens duidelijk hoe snel je in de foute hoek komt als je even geldlust boven integriteit plaatst. Want dan zijn er de geldwolven die macht willen.

  46. Ian Sample: Massive; The Missing Particle That Sparked the Greatest Hunt in Science

    Toen Ian Sample begon met het schrijven was het nog steeds niet zeker of het Higgs-deeltje zou bestaan/gevonden zou worden in een van de twee grote deeltjesversnellers. En toen het boek gepubliceerd werd, was het nog steeds niet gevonden. Dat laatste had ik even niet verwacht. Want inmiddels weten we dat het door CERN gevonden is. Maar daar zul je een ander boek voor moeten lezen.

  47. Deidre Bair: Parisian Lives

    Lees ik alleen maar goede boeken? Soms heb ik wel dat gevoel. Wat een prachtige making of van een groot biografe, Deidre Bair, die nauwelijks een idee had waaraan ze begon toen ze Samuel Beckett toestemming vroeg om zijn wetenschappelijke biografie te schrijven. Dat waren de jaren 70. En de jaren 80 gingen zo ongeveer voorbij met de biografie van Simone de Beauvoir. En ondertussen lees je ook het verhaal van het praktisch feminisme van een vrouw die alle ballen in de lucht moet houden, terwijl men haar verwijt dat ze de baan van een kostwinner in beslag neemt.

  48. Enrique Vila-Matas: The Illogic of Kassel

    Documenta 13 (2012) staat centraal. De kunstwerken zijn echt. De mensen zijn (deels?) echt. Maar of dat het verhaal ook echt maakt? Dat doet er nauwelijks toe. We krijgen een fascinerende rondleiding door de gedachtenwereld van Vila-Matas. Nog eens herlezen, maar dan in een Nederlandse vertaling.

  49. Vivian Gornick: Odd Woman And The City

    Waarin de schrijfster iedere dinsdag met haar vriend Leonard dineert in New York, waarbij ze tijdens de avond zelf denken, “een keer per week is te weinig” en waarna zij zich realiseert: zoveel negatieve interpretaties van het goede, dat is voor nu weer even genoeg. Ondertussen zijn er ook nog allerhande andere observaties over het leven in New York sinds de jaren 70.

  50. Wieslaw Mysliwski: De laatste hand

    Wat een mooi boek van deze magistrale Poolse schrijver. Mijmerend als Javier Marias, maar dan in Polen, en met meer humor. De hoofdpersoon, ooit met de kortstondige ambitie kunstschilder te worden, reist door Polen met zijn adresboek waarin hij alle adressen uit zijn leven verzamelt. Het is een bont allegaartje van zakelijke visitekaartjes, adressen die de postbode en zijn moeder hem ooit hebben gedoneerd en van kennissen. Bij weinig namen heeft hij een herinnering, terwijl hij, zo lijkt het althans, door de jaren heen continu de adressen doorleest. Het is een man zonder eigenschappen, bij elkaar gehouden door het succes van zijn zaken en de brieven van zijn eerste en enige liefde, Maria. Zij schrijft hem keer op keer, en hij antwoordt nooit. Het is zo vreselijk mooi melancholisch, met daarbij de nodige humor.

  51. J.J. Voskuil: Bij nader inzien

    Werkelijk geweldige (dikke) pil, ook bij herlezing. Over het studentenleven rond de jaren 50, maar zo veel nog herkenbaar voor wie decennia later is gaan studeren. Rake psychologische portretten van alle figuren, die lang niet altijd sympathiek zijn en die een plek in de maatschappij moeten vinden. De ‘anderen’ zijn schoften, het kleine en eigene is ‘mieters’ en men rookt als een ketter. Wat me vooral is bijgebleven: Paul is de man die continu een verhaal maakt van zijn ervaringen en gevoelens. En als het verhaal niet meer rijmt met zijn beleving, dan kan hij met evenveel overtuiging een nieuw verhaal van zijn verleden en toekomst maken. Daartegenover staat Maarten. Hij kent maar 1 verhaal, en probeert met strategieën de verhaallijn niet kwijt te raken. Twee wereldbeelden, die elkaar toch respecteren en waarderen. Omdat ze beiden volstrekt eerlijk proberen te zijn. Als lezer kun je daar regelmatig je vraagtekens bij zetten. Hetgeen voor het boek spreekt - het probeert eerlijk te zijn zonder dat het ‘af’ is.

  52. George Gissing: New Grub Street

    Fenomenale laat-19de eeuwse roman over het effect van het gebrek aan geld in het milieu van schrijvers. Scherp inzicht in het effect van armoe en de behoefte te klimmen op de sociale ladder met de bijbehorende schaamte voor en angst om te vallen.

  53. Sandro Veronesi: De kolibrie

    Is continu veranderen werkelijk de grootste prestatie van een mensenleven? Veronesi stelt zijn vraagtekens in deze heerlijke vertelling. Eigenlijk wil Marco stilstand, niet zoals Oscar in Günter Grass’ Blechtrommel uit verzet, eerder uit een gevoel van veiligheid. Maar de verandering is er steeds weer, in grote, verschrikkelijke schokgolven. De kracht van ‘De kolibrie’ zit in de rust die Marco’s poging tot stilstand steeds weer brengt. Een rust die een mens het vermogen geeft verder te leven. Je komt een berg niet af door steeds harder te hollen - dan struikel je. Het is niet erg om te vertragen, al kost je dat minstens zoveel energie. Eerdere pogingen iets van Sandro Veronise te lezen, strandden steeds. De springerige structuur van ‘De kolibrie’ en het overduidelijke vertelplezier maakten van deze roman een page turner.

  54. Elena Ferrante: Napolitaanse roman dl 4: Het verhaal van het verloren kind

    Het vierde en laatste deel van de Napolitaanse romans. Voor mij zeker geen page turner, nog niet eens 1 deel per jaar gelezen. Maar ik heb desalniettemin ook dit deel wederom met veel plezier gelezen, met name die stukken waar het de (worsteling met de) vriendschap betreft. Meesterlijk hoe je ook als lezer ervaart dat Elena Greco, de verteller, vrijwel kleurloos is zonder haar beste vriendin Lila. Neem de liefde tussen Elena en Nino: zolang Lila niet aanwezig is, ergerde alles me in die liefde: de afhankelijkheid, de hoop tegen de klippen op. Zodra echter Lila weer in beeld komt, spat het leven in al zijn kleuren des te meer van het papier. Bewondering!

  55. Johan Harstad: Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?

    Tussen het leven van de meesten en de psychiatrische instelling staat een oude fabriek op de Faeröer eilanden. Hier komt Matthias bij toeval terecht. Je zou kunnen zeggen dat het leven zonder ambitie zijn ambitie is. Dat maakt het niet makkelijk. Maar wel zo menselijk. Leven zonder gezien te worden - wat is daar zo erg aan? Toch is het fijn om ook dan niet helemaal alleen te zijn. Een geweldige voorloper op het nog overweldigender Max, Mischa en het Tet-offensief.

  56. Franco Faggiani: Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween

    De beginjaren van de Olympische Spelen vallen samen met de opkomst van Japan op het wereldtoneel. Dus of Kanakuri Japan wil vertegenwoordigen op de marathon? Dan gaat er iets fout en is er grote schaamte. Jaren later treffen we Kanakuri bij de kersenbomen. Mooi verhaal, maar het echt Japanse gevoel mist. Faggiani is dan ook een Italiaan.

  57. Geir Gulliksen: Kijk ons nu eens

    Verplicht (?) cadeau voor ieder huwelijkskoppel. Hoe ontzettend eenvoudig een huwelijk na jaren uiteen kan vallen. Gewoon omdat een ander aantrekkelijker lijkt dan je eigen partner. Pijnlijk! Maar als je er alert op bent, ook (vaak?) te voorkomen.

  58. Max Frisch: Gantenbein

    Na Stiller had ik Max Frisch heel hoog zitten - en op zich is één briljant boek ook meer dan genoeg voor een geslaagd schrijversleven - want alhoewel Gantenbein thematisch in dezelfde lijn ligt, vond ik het vooral gedateerd aan doen. Hetgeen vast aan mij ligt. Kortom, lees eerst Stiller.

  59. Karl Ove Knausgård: Engelen vallen langzaam

    De hervertellingen van de verhalen van Kaïn en Abel en van Noach zijn zo eigen - een prachtige binnenkomer van deze schrijver, die bewijst ook zonder zijn eigen leven als uitgangspunt te nemen, veel te vertellen te hebben.

  60. Javier Marias: Berta Isla

    Een meesterwerk van een meester. Berta Isla speelt zich af in de wereld die Marías al eerder heeft verkend, in de boeken die tezamen 'Jouw gezicht morgen' vormen, de wereld van (Britse) spionage en erudiete landhuizen (ja, dat kan). Maar het is niet deze wereld die me zo bekoort. Het zijn de aaneengeregen zinnen, die aftastend, als een schermer, stoten en weer, bijna zichzelf verexcuserend, zich terugtrekken, om het nogmaals te proberen. De recensent van The Guardian (volg de link) vindt het helemaal niks, en zou het boek graag dunner hebben. Ik zou zeggen: dan ben je niet de juiste lezer voor Javier Marías. En dat kan heel goed, want ondanks zijn bestsellerstatus in Spanje, is het een wijze van schrijven waarvoor je open moet staan. Minimal music, maar dan romantischer.

  61. Wim Hazeu: Lucebert

    Wat een ophef over zijn flirt met het nazisme. Terwijl er, zo blijkt uit de biografie, vooral een zoekende, creatieve geest zijn weg aan het vinden was. Een verrukkelijke biografie over een beperkt, maar intens leven in het teken van kwast en pen.

  62. William Rosen: Miracle Cure

    De ontdekking van antibiotica voor WOII heeft de hele medische wereld op zijn kop gezet. Een nauwgezet verslag van de mensen die met schimmels aan de slag gingen en het ontstaan van de farmaceutische industrie en haar praktijken.

  63. Sylvain Tesson: Ongebaande paden; een voetreis dwars door Frankrijk

    Na een ernstige val keert Tesson zijn blik naar zijn eigen vaderland en trekt door Frankrijk. Wat volgt is een tirade tegen de digitalisering en de moderne wereld, zonder mij echt te raken met wat dan verloren gaat. Observaties zijn oppervlakkig, gedachten gaan nooit echt diep. Maar beiden vinden we Le Mont St. Michel een waarlijk kunstwerk.

  64. Jodi Kantor, Megan Twohey: She Said

    Indrukwekkend. Het geeft #Metoo een urgentie en doet je inzien dat de cultuur echt moet veranderen. Niet de schaamte bij de slachtoffers, maar bij de daders. Ook als je meende te weten dat het niet altijd zo zwart-wit is.

  65. James Baldwin: Nobody Knows My Name

    Een citaat: "Any real change implies the breakup of the world as one has always known it, the loss of all that gave one an identity, the end of safety. And at such a moment, unable to see and not daring to imagine what the future will now bring forth, one clings to what one knew, or thought one knew; to what one possessed or dreamed that one possessed. Yet, it is only when a man is able, without bitterness or self-pity, to surrender a dream he has long cherished [...] that he is set free for higher dreams"

  66. Haruki Murakami: Romanschrijver van beroep

    Voor fans only - zoals Murakami zegt: schrijvers zijn wat traag van begrip, alleen zo hou je het vol te blijven schaven aan de vorm. Traag, omslachtig, vol goede intenties, nooit pretentieus, vertelt hij over zijn schrijverschap. En over niets anders.

  67. Hans Rosling: Factfulness

    Wie eenmaal naar de statistieken kijkt, ziet een hele andere wereld dan die we denken te kennen. Bizar dat onze kennis zo verouderd is. Hans Rosling probeert ons slimmer te maken dan de chimpansees. Een absolute aanrader voor iedereen die iets van de wereld wil vinden.

  68. Frida Vogels: Dagboek 1977-1978

    Het laatste deel dat bij haar leven nog mag verschijnen. Ze is 47 en heeft meer zelfinzicht, zelfvertrouwen en meer humor dan in eerdere delen. Veel draait om haar werk aan haar roman. Mooi is het laatste deel dat springt naar 1991, als een cliffhanger voor de delen die hopelijk ooit zullen verschijnen. Hilarisch en oprecht beschrijft ze de laatste fase van haar roman De Harde Kern, het wachten op goedkeuring door Van Oorschot, en haar gebroken rechterpols.

  69. Donia Bijan: Maman’s Homesick Pie

    Mix van verdriet rond de vlucht uit Iran van met name de ouders, een dochter die Amerikaans wil zijn, maar vooral een chefkok met opleiding in Frankrijk wil worden en bijbehorende recepten. Een bonte mix die verrassend goed werkt.

  70. Debby Harry: Face It

    In een losse stijl vertelt de New York punk haar levensverhaal, zonder dat je ooit het gevoel hebt dat ze je toelaat in haar leven. Blondie is daarbij niet meer dan een van de vele aspecten van haar leven, net als haar films en het avant-garde/new wave/punk leven in New York. Van Andy Warhol tot 9/11. En daarna.

  71. Zadie Smith: Swing Time

    Een magnifieke vertelling vanuit het perspectief van een jonge nihilistische Britse vrouw, met een Jamaicaanse moeder en een Britse arbeidersvader. Ontluisterend hoe Smith erin slaagt een volstrekt normale jonge vrouw die het allemaal niet zo goed weet maar het wel goed heeft getroffen, door haar afkomst en huidskleur een verhaal te geven dat plots schuurt. Alsof ze verantwoording moet afleggen. Maar waarom? Omdat ze niet wit is?

  72. Stephan Enter: Grip

    De betekenis van een tocht en een moment daarbinnen, bekeken door drie van de vier deelnemers door de bril van twintig jaar later. Ieder met een ander leven geeft een andere betekenis aan de klimtocht in Noorwegen. Ze komen elkaar niet nader.

  73. Jon Kalman Stefansson: Trilogie; Hemel en hel ~ Het verdriet van de engelen ~ Het hart van de mens

    Trilogie van deze IJslandse schrijver over de naamloze jongen en aantal sterke vrouwen. De jongen start als visser, in een tijdperk en omgeving dat er nog geroeid moest worden, mannen zwegen en de baas waren over vrouw en kinderen, en de rijke mannen over iedereen.

  74. David Grossman: Komt een paard de kroeg binnen

    Stand-up comedian doet zijn pijnlijke relaas voor een publiek met onder andere een kortstondige jeugdvriend, inmiddels een gepensioneerde rechter. En wat doen de grappen pijn, wat een zelfhaat en wat een fenomenaal mededogen.

  75. David Foster Wallace: The Pale King

    Magistraal boek over het heldendom dat kleeft aan de verveling, gesitueerd in de Amerikaanse belastingdienst van begin jaren 80. Dat de schrijver het nooit heeft kunnen afmaken - geen probleem. Het is een bomvolle reeks schitterende observaties. Superlatieven schieten wat mij betreft nog te kort.

  76. Barbara K. Lipska: The Neuroscientist Who Lost Her Mind.

    Zij is van origine Poolse, nu director of the Human Brain Collection Core at the National Institute of Mental Health. En ze heeft last van kanker - uiteindelijk ook in haar brein. Maar met de mentaliteit van de door haar bewonderde Lance Armstrong gaat ze 'het gevecht' keer op keer aan. Belangrijkste les: als mensen die je goed kent, raar gaan doen, probeer het niet weg te redeneren.

  77. Steve Toutonghi: Join

    Een intrigerend science fiction verhaal over mensen die dankzij kwantum mechanica kunnen samenleven als 1 brein met maximaal 21 lichamen. Of kan 1 brein meer aansturen? En is VitalCorp de opvolger van Facebook, zonder veel geleerd te hebben?

  78. Oriana Fallaci: Als de Zon Sterft

    Een alweer bijna vergeten grootheid van het persoonlijke interview. Een reeks interviews met astronauten en de vraag die Fallaci voor zichzelf en in gesprek met haar vader probeert te beantwoorden: Ben ik van de toekomst of van het verleden?

  79. Nicolien Mizee: Toen kwam moeder met een mes

    Een roman waarin de persoonlijkheid van Mizee, zoals die naar voren komt in De Kennismaking, zo scherp aanwezig is, dat het bijna jammer is dat ze er een roman van heeft gemaakt. Verhalen verzinnen hoeft ze niet, om toch boeiend te zijn.

  80. Lisa Dempster: Neon Pilgrim

    Een ronduit (h)eerlijk verslag van een te dikke depressieve Australische twintiger die als medicijn de henro michu besluit te lopen, een 1200 km lange pelgrimstocht langs 88 tempels in Japan. Zonder enige ervaring en in het midden van de zomer. O ja, en ze doet hem in de meest ruwe vorm, als zwerver met overnachtingen in publieke ruimtes.

  81. Yuval Noah Harari: Sapiens; A Brief History of Humankind. 2016

    De boeken van de Israëlische wetenschapper Harari over het verleden (Sapiens) en de toekomst (Homo Deus) van de mens zijn bestsellers. Het verhaal van het eerste boek, Sapiens: Een kleine geschiedenis van de mensheid, laat zich eenvoudig samenvatten: History began when humans invented gods.

    Lees verder

    Het verhaal ontspint zich in drieën:

    • Er waren ooit vele menssoorten naast de Homo Sapiens. Uiteindelijk hebben ‘wij’ overwonnen. Niet alleen zijn de andere menssoorten verdwenen, maar overal waar wij voet aan land zetten, sterven in no-time vele grotere diersoorten uit. Dat er nog zoveel grote zeedieren zijn, komt omdat we tot voor kort niet in staat waren de zeeën echt te veroveren.
    • Wat de mens onderscheidt van zelfs de apen: zet ons met hele grote groepen bij elkaar, en nog zijn we in staat orde te scheppen. Ons abstractievermogen in taal is daarin cruciaal: wij kunnen spreken over dingen die er niet zijn. Daardoor kunnen wij mythen scheppen. En mythen zorgen voor cultuur, voor afspraken, voor ordening van de samenleving. Een ordening die er meestal op neerkomt dat er een absolute bovenlaag van winnaars is, een middenlaag van relatief zelfstandigen en een onderlaag van slaven. Deze ordening wordt vervolgens gepresenteerd als de natuurlijke staat. Er zijn mensen die zijn nu eenmaal “hoger geboren”, “slimmer geboren”, “getalenteerder geboren”, “rijker geboren”. Geld is de grootste mythische kracht - ook volkeren die op voet van oorlog met elkaar leven, delen nog het geld als gemeenschappelijk referentiekader en kunnen zodoende producten en diensten uitwisselen.
    • Graan en tarwe hebben ons gedomesticeerd - zij hebben ons ertoe gebracht een eenzijdig voedselpatroon te ontwikkelen, ons gevoelig gemaakt voor slechte oogsten, en ons ertoe gemotiveerd het land te ploegen, vee te houden en ons te vestigen op één plek. Een patroon dat zich nu herhaald met technologie: we vechten om olie, zijn altijd op zoek naar oplaadpunten en stemmen ons gedrag af op de beschikbaarheid van technologie.

    Het vervolg hierop, Homo Deus: Een kleine geschiedenis van de toekomst, vertelt wat er komt na: ‘History began when humans invented gods,’ namelijk ‘and will end when human become gods.’

  82. George Musser: Spooky Action at a Distance

    Wat als we lokaliteit nu eens niet als basis van ons heelal nemen? Wat als onze ruimte-tijd-dimensie net zo bijzonder is als de vloeibaarheid van water? George Musser is een geweldige gids, maar natuurlijk raak ik als leek de weg kwijt. Heerlijk.

  83. Edmund de Waal: The White Road

    Over porselein, de geschiedenis van de ontdekking van porselein, de plekken waar de grondstoffen voor porselein vandaan komen, de ceremoniële waarde van porselein voor vorsten en machthebbers, de schoonheid van porselein en de kleur wit en van wit porselein in het bijzonder. Had ik al gezegd dat het boek over porselein gaat? Van een keramist die met porselein werkt. Maar verder ook een schrijver is. Van porselein.

  84. Karl Ove Knausgård: Mijn strijd dl 2: Liefde

    Alhoewel het tweede deel van Mijn Strijd, volgt het chronologisch op Schrijver, het vijfde deel. Dus toen ik Schrijver uit had, wilde ik niets liever dan Liefde nogmaals lezen - ook omdat het naar mijn idee het beste van de eerste vijf delen is (aan deel 6 mag ik nog beginnen).

  85. Haruki Murakami: Kafka op het Strand

    Mijn eerste kennismaking met Murakami was Kafka op het strand. Ik heb het in 2006 voor het eerst gelezen. Mijn eerste impressie van toen herken ik nauwelijks nog. Toen schreef ik: Het omvangrijke boek (650 pagina’s) begint als een magisch-realistische roadmovie door Japan. Tot ongeveer pagina 300 had ik moeite echt gegrepen te worden door het verhaal. Of, correcter geformuleerd: het verhaal was wel boeiend, maar over de noodzaak waarom ik juist dit boek zou lezen en niet een ander, twijfelde ik. De volstrekt natuurlijke wijze waarop Japan figureerde in het boek was tot de helft ongeveer de belangrijkste reden om door te gaan. Maar op een subtiele wijze transformeert het verhaal van een boek over magische dingen die in de buitenwereld gebeuren (Nakata, de oude man die met katten praat, onverklaarbaar bloed op de kleding van Kafka Tamura), naar een psychologische roman over dromen, idealen en volwassen worden. Uiteindelijk is het boek wellicht het beste te duiden als een allegorie over ‘bewust zijn’. Iedere persoon in het verhaal wordt door het lot gedreven (het verhaal heeft dan ook een zwaar Griekse inslag, met het verhaal van Oedipus als rode draad), maar wat is nu precies je eigen bijdrage? De vrachtwagenchauffeur Hoshino die als onverwachte hulp van Nakata figureert, beleeft in die zin de meest louterende ervaring. Als ‘Kafka op het Strand’ al een boodschap heeft, dan komt hij het dichtst bij die van Pane e Tulipani: wees je bewust van je leven. Of je nu wel of niet de keuzes in eigen hand hebt, probeer tenminste je verantwoordelijkheid te nemen. Zoals Murakami Yeats citeert: ‘In dromen begint verantwoordelijkheid.’

  86. Frans Kellendonk: De Brieven

    Geweldige observaties over Amerika, het schrijverschap en de verhouding de wereld versus het individu, als mede vlijmscherpe meningen over (ex)-geliefden en andere die niet altijd voldoen aan de maatstaven van Kellendonk. Maar het meest kritisch is hij uiteindelijk op zichzelf.

  87. Doeschka Meijsing: 100% Chemie

    Humorvol verslag van familiegeschiedenis. Met de mooiste zin van 2002 volgens Tzum: ‘Wij mochten op vrije zaterdagmiddagen bij louche verkopers minachtend tegen de banden schoppen, terwijl mijn vader onder de motorkap keek of de problemen die zich zouden kunnen voordoen met touw waren op te lossen.’